vrijdag 15 december 2017 / VM /

Ook interessant

Scouting ontwikkelt ruggegraat

De organisatie van Scouting Nederland lijkt op de klassieke organisatiepiramide. De vele kinderen op de bodem worden begeleid door jonge vrijwilligers die de kinderleeftijd nog niet zo lang geleden zijn ontgroeid. De meesten zijn tussen de 18 en de 25 jaar. Een trapje hoger vind je de regionale vertegenwoordigers, iets ouder en iets kleiner in aantal. Helemaal in het topje praten voornamelijk 30-plussers mee op de halfjaarlijkse nationale overlegdagen. De ruggegraat van de organisatie, de jonge vrijwilligers uit de duizende lokale scoutingvereniginggen praat daar niet mee. Daar wilde Marijke Hodes iets aan veranderen. Ze is Coördinator van het cluster Inhoud en Toekomstvisie en leidt verschillende programma’s en projecten binnen Scouting. Als eerste stap ontwierp zij een ontwikkeltraject dat ruim zeshonderd van de duizend lokale groepen in Nederland in de afgelopen vier jaar hebben doorgelopen.


Waarderend werken
Met hulp van twee coaches - een vrijwilliger uit de regio en iemand uit de landelijke organisatie van Scouting – zetten de groepen enquêtes uit onder hun jeugdleden, vrijwilligers en ouders. Zo analyseerden ze wat er goed ging in hun eigen groep. 'Appreciative Inquiry' of waarderend werken, noemt Hodes dat. ‘Veranderingsprocessen zijn effectiever als je aansluit bij wat er al goed gaat, in plaats van je energie te richten op dingen die niet goed gaan. Ik geloof daar heel erg in.” Daarbij koos ze bewust voor een coachende benadering. “Een groep heeft zelf vaak al de oplossingen in huis voor hun eigen vraagstukken. Je moet dat faciliteren door er enigszins systematisch gesprekken over te voeren en zo tot besluiten en actieplannen te komen.”


Walk your talk
Was dat gek voor Scouting, zo’n niet-hiërarchische aanpak? “Nee”, zegt Hodes. “Dat past bij de organisatie die wij zijn. Het mag van de buitenkant misschien lijken alsof we militaire kanten hebben, maar we zijn op lokaal niveau vaak meer een zelfsturende, anarchistische organisatie.” Ouders zeggen volgens Hodes dat Scouting vooral de samenwerkingsvaardigheden van hun kinderen helpt ontwikkelen. “Dat doe je niet door voor ze te beslissen. Het is de bedoeling dat kinderen leren om zelfstandig te zijn en verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf en voor anderen.” Omdat zelfstandigheid zo duidelijk in de verenigingscultuur zit, moet dat ook terugkomen in de organisatievorm, vindt Hodes: “Walk your talk.”


Contributieverhoging
De ontwikkelingstrajecten van de groepen waren zo’n succes dat Scouting ermee wilde doorgaan. Nog niet alle groepen hadden een traject doorlopen en voor de meeste groepen die wel mee hadden gedaan was waarschijnlijk snel weer een nieuwe ronde nodig. Hodes: “De doorstroom van de jonge vrijwilligers is hoog. Een lokaal team vernieuwt elke drie of vier jaar.”


Maar om de ontwikkelingstrajecten in de lucht te houden, was meer geld nodig. Moest de contributie dan omhoog? Of moesten er andere services worden geschrapt? De vraag zong rond op een van de ledenvergaderingen van de Scouting. Als we hier nu een besluit over nemen, vroeg de landelijke raad zich af, moeten we dat dan niet vanuit een toekomstperspectief doen? En moeten we daar dan niet veel meer leden bij betrekken?


G1000
Hieruit volgde een democratiseringsslag, vooral gericht op de onderste lagen van de piramide: de jongeren. De eerste stap was een landelijke bijeenkomst met mensen die vanuit alle perspectieven konden meepraatten. Hodes en haar collega’s lieten zich inspireren door de G1000-bijeenkomsten van overheden. Op een typische G1000 worden aselect duizend bewoners uitgenodigd om in groepjes mee te praten over beleid. Verschillende gemeenten in Nederland experimenteerden ermee en IJsland herschreef op deze manier zelfs de grondwet.


Scouting maakte een eigen variant. De organisatie nodigde de deelnemers niet per loting uit, maar vroeg elke regio om een gevarieerde afvaardiging voor te dragen. Van verschillende leeftijden bijvoorbeeld, en niet alleen maar mensen van binnen Scouting.


Wordclouds
Na twee of drie maanden voorbereiding startte de grote Papendal-dag, met vierhonderd mensen uit alle hoeken van Nederland. Ongeveer een kwart daarvan was jongere (onder de 25) en zo’n 15 % was van buiten de Scouting, zoals ouders, wethouders of vertegenwoordigers van andere verenigingen. In groepjes van drie of vier praatten zij over vragen als wat vind jij het belangrijkste dat de scouting in de toekomst moet behouden? Of: waar zou je het eerst aan willen werken als het gaat over de toekomst van scouting?’. Na de gesprekken kon ieder individu met enkele woorden reageren, waarvan een speciaal voor die dag ontwikkelde app wordclouds maakte die op een groot scherm zichtbaar werden. Hodes: “Dat was heel tof.” Uit de verschillende wordclouds konden acht thema’s gefilterd worden. “Tot onze eigen verrassing waren dat meer waarden dan concrete doelen.” Een thema was bijvoorbeeld ‘meer aandacht voor uitdaging en ontwikkeling binnen de vereniging’. Een ander ‘trots en zichtbaar’.


Jongeren als minderheid
Tijdens het middagdeel in Papendal leidden vooraf getrainde tafelheren en -dames tafelgesprekken met groepjes van zes mensen, met behulp van deep democracy. “Dat lijkt op 'geweldloos communiceren'”, zegt Hodes. “Het is een techniek uit Zuid-Afrika die erop is gericht om ook minderheden te laten meebeslissen.” In het geval van Scouting waren dat vooral de jongeren. Daar zijn er in de organisatie juist veel van, maar die zag de organisatie maar af en toe tijdens de landelijke ledenvergadering. Hodes snapt dat wel. “Veel jonge mensen vinden beleidsvraagstukken toch saai. Ze hebben het al druk genoeg met hun studie.” Vijftig jaar geleden was dat anders, denkt ze. “Er is tegenwoordig een hogere doorstroom van vrijwilligers en daardoor zijn jonge lokale afdelingen veel meer bezig met operationele zaken. Wat moeten we volgende week doen en waar gaan we naartoe met zomerkamp? Als er dan steeds meer grijze mannen in de landelijke ledenvergadering zitten, ga je daar als 18- of 19-jarige nog minder snel heen. Dat versterkt elkaar.”


Kampvuursessies
Na de Papendal-dag nodigde Scouting twintig daar aanwezige jongeren uit om samen verder te denken. Waren de thema’s uit de wordclouds geschikt om het toekomstperspectief van Scouting op te baseren? En hoe konden daar vanuit de regio’s meer jongeren over meepraten? Zo kwamen ze op het idee van kampvuursessies voor lokale afdelingen. Vrijwilligers die zo’n sessie wilden opzetten voor hun lokale afdeling kregen een training over storytelling. Ze leerden bijvoorbeeld verhalen te vertellen over wat scouting voor hen of anderen had betekend in het thema ‘ontwikkeling en uitdaging’. Tijdens de kampvuursessies vroegen ze deelnemers om dezelfde soort verhalen aan elkaar te vertellen in kleine groepjes. Het meest indrukwekkende verhaal mochten de groepjes, als ze wilden, vervolgens delen met de rest van de groep.


Uit de lokale kampvuursessies werd ook weer input verzameld via een app. Maar dat was niet het belangrijkste, volgens Hodes. Het belangrijkste was de directe invloed die de deelnemers op elkaars gedrag hadden. “Als een vrijwilliger aan het kampvuur een waanzinnig verhaal hoort over hoe scouting iemand heeft geholpen om een nieuwe baan te vinden, zal hij daar in zijn eigen groep op een andere manier naar kijken: wat voegen wij toe aan de ontwikkeling van kinderen’”


Toekomstvisie
Jongeren leggen inmiddels meer gewicht in de schaal bij formele besluiten binnen Scouting. Op de laatste landelijke ledenvergadering nam de helt van de regio’s een of twee jongeren mee. Veel meer dan de jaren daarvoor. Er wordt nog altijd geëxperimenteerd met nieuwe samenwerkingen die meer jongeren aanspreken: speelse werkvormen, overleggen in kleine groepjes, specifiek jongeren het woord geven tijdens rapportages.


Hodes is tevreden met alle nieuwe stappen die de afgelopen jaren zijn gezet om Scouting meer democratisch te organiseren. Aan de hand van de Papendal-dag en de kampvuursessies stelde Scouting een toekomstvisie op onder de naam #Scouting2025. “Dat jaartal ligt ver genoeg weg om er op een losse manier, vanuit idealen, over na te denken”, legt Hodes uit. Lokale groepen krijgen momenteel begeleiding om zelf een driejarig actieplan te maken binnen die toekomstvisie. Hodes: “Je moet vooral nieuwsgierig blijven naar wat je leden eigenlijk van je willen.”

 

Kampvuurverhalen
Om meer jongeren te betrekken organiseerde Scouting kampvuursessies. “Zo kan een vanuit de ratio ontwikkeld beleidsmatig verhaal vertaald worden naar een verhaal met emotie”, vertelt communicatiemedewerker Yvonne Snelders. “Een goed verhaal blijft hangen en roept bij de luisteraars eigen herinneringen en emoties op.” Deelnemers aan een kampvuursessies werd gevraagd om in kleine groepjes hun beste herinnering te delen over hoe Scouting waarde toevoegt aan de samenleving – onderdeel van de toekomstvisie van Scouting. De mooiste verhalen werden centraal tijdens het kampvuur verteld. Snelders: “Zo kwamen verhalen boven water over kinderen die groeien in zelfvertrouwen, het overwinnen van een angst, het doorgeven van ervaringen aan jongeren en de mooiste lach op het gezicht van een kind.”

 

Gepubliceerd in VM.