dinsdag 14 maart 2017 / VM /

Ook interessant

Je doelen zijn ook altijd offline

De vereniging met toekomst weet technologie en menselijk contact slim te verbinden. bijvoorbeeld in een community. Wie kan beter uitleggen wat een community voor een vereniging kan doen dan Guido Verboom, bestuurslid van Community Managers Nederland


Guido Verboom en ik zijn in gesprek als relatief jonge bestuursleden – met 41 en 28 jaar – van onze beroepsverenigingen. Hij van Community Managers Nederland (CMNL), ik van de sectie Freelance journalisten van de Auteursbond. We doen het allebei naast ons gewone werk.

 

Weten waarvoor | “Iedereen weet dat jongeren niet meer automatisch lid worden van een vereniging. Maar dat betekent niet dat verenigingen geen toekomst hebben”, denkt Guido Verboom. Bestuurders moeten volgens hem gewoon de ‘what’s in it for me’ van iedereen in de gaten houden. als voor leden de toegevoegde waarde wegvalt, zijn ze immers zo weer weg. Ook hun eigen, persoonlijke doelen kunnen bestuursleden maar beter helder voor ogen hebben, tipt hij. Verboom is zelf bijvoorbeeld bestuurslid omdat hij er veel leert, plezier haalt uit nieuwe dingen opzetten en een netwerk opbouwt. “Je moet goed weten waarom je het doet en daar met de rest van het bestuur open over zijn. Wat voor mij een rotklus is, draagt voor de ander juist bij aan zijn doel.”

Eigen community | Verboom besteedt zijn werkweek uiteraard vooral aan het managen van een online community, en wel die van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). Hij vertelt me wat dat inhoudt, community managen, en krijgt me enthousiast om daar misschien ook aan te beginnen met onze journalisten. Verboom was al aan het werk bij NHG toen het bestuur besloot te beginnen met een online community voor de leden, op een eigen platform. Dat was eerst vooral een technische klus, maar ging later steeds meer over sociale interactie. “Zo vond ik mijn passie, met mijn achtergrond in culturele antropologie”, zegt Verboom. Hij wilde meer aan communitymanagement doen en zag een oproep voor een nieuw bestuur van de slapende vereniging van communitymanagers, CMNL. “Yes”, dacht Verboom, “dat is precies wat ik zou willen.”

 

Gemakkelijke groep | De communitymanagers zelf hadden in het begin nog geen eigen communicatieplatform. Ze zochten elkaar op in een LinkedIngroep, maar daar kwam nauwelijks goede interactie op gang en was het verleden moeilijk terug te halen. Dus koos het bestuur voor een nieuw platform, met Verboom als een van de beheerders. “Het is heel gaaf om te zien wat daar allemaal gebeurt”, zegt hij. Het platform helpt bijvoorbeeld om aspirantleden beter te leren kennen, kennis uit te wisselen en te zien wat er allemaal speelt. Verboom managet dus een community van communitymanagers, merk ik op. Heeft dan niet iedereen een mening over hoe hij dat doet? Verboom lacht. “Nee, ik ben nog niet afgezeikt. Maar misschien hoor ik dat zelf dan weer niet.”

Communitymanagers zijn eigenlijk een hele gemakkelijke groep om een community voor op te zetten. Ze zijn online al heel sociaal ingesteld en bezig met kennis delen en openheid creëren over verschillende manieren van werken. “Hmm”, mijmer ik hardop. “Dat is waarschijnlijk anders bij onze vereniging. Veel journalisten zijn geloof ik meer geïnteresseerd in borrels. Vooral onze oudere leden worden vast niet zomaar actief online.”

 

Ongrijpbare jongeren | Verboom spreekt dat tegen. Hij ziet voor het bouwen van een online community eigenlijk meer uitdaging bij jongeren. “Juist jonge leden zijn wat vluchtiger. Ze vinden misschien al hun weg op allerlei social media en voelen zich niet zozeer betrokken bij één clubje.” Dat ziet Verboom ook in de communities die hij kent. Oudere leden hebben daar vaak meer tijd voor. Meer is er ook niet voor nodig, want een online community is nauwelijks ingewikkelder dan e-mail. Leden hoeven alleen even naar een andere plek te gaan om op elkaar te reageren. En het laatste goede nieuws van Verboom: “Een (eigen) communityplatform hoeft het bestuur van een vereniging niet veel extra tijd en geld te kosten. In het begin moet je even zorgen dat alles in beweging komt, maar als je eenmaal een kritische massa hebt, hoef je het platform alleen nog bij te houden.”

Leden aanwijzen | Je hoeft het namelijk niet allemaal zelf te doen. Verboom heeft een aantal leden aangewezen om te helpen. “Leden met een expertise maak je moderator van een specifiek onderdeel. Ze zijn vaak niet alleen lid om te leren, maar ook om kennis te delen.” Klinkt goed, vind ik, maar kennis delen is ook ingewikkeld. Onze leden doen dat al wel in ons mentoraat en de workshops, maar ik vrees ook voor terughoudendheid. In de journalistiek werken immers steeds meer freelancers voor steeds minder vermogende opdrachtgevers. Geldt die competitie niet in veel beroepscommunities? “Interessante vraag”, reageert Verboom. Hij maakt een notitie om het daar nog eens met zijn leden over te hebben. Bij hem speelt die competitie niet. “De meeste communitymanagers werken voor een organisatie en zijn dus niet als freelancers bezig om zoveel mogelijk kastanjes uit het vuur te halen. Ze staan vaak alleen in hun eigen organisatie en zijn daarom heel dankbaar voor de input van collega’s.”

 

Community starten | En als je dan een eigen online communicatieplatform wil opzetten, hoe zou je dat dan doen? Verboom komt meteen met een eerste stap. “De belangrijkste vraag is wat je denkt dat het je gaat brengen, je kunt beginnen op LinkedIn of Facebook, om alvast feeling te krijgen. Als je daar leden zoekt die actief zijn op sociale kanalen, en dus al affiniteit hebben met online communicatie, kun je die samenzetten voor een brainstorm. Daar bespreek je wat een online community wel of niet zou kunnen opleveren. “Wacht even”, onderbreek ik, “een brainstorm offline of online?” Voor Verboom is het duidelijk. “Absoluut offline.” Door mensen voor een brainstorm samen te brengen in één fysieke ruimte creëer je enthousiasme waar je op verder kunt bouwen. Als je elkaar dan weer online tegenkomt is het een stuk minder afstandelijk dan wanneer mensen elkaar voor het eerst tegenkomen in ‘een of andere chatbox’.

 

Geven voor doel | Verboom deelt de community van NHG met een andere club, de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Dat is minder gek dan het klinkt, want de leden van de twee verschillende verenigingen overlappen voor bijna 90%. De organisaties blijven desondanks gescheiden, vanwege hun verschillende insteek. NHG bewaakt met een wetenschappelijk bril de inhoudelijke richtlijnen, LHV kijkt meer naar meer praktische zaken, zoals de kosten. “Dat komt de zorg ten goede, doordat wij onafhankelijk medisch advies kunnen geven.”

Ook met CMNL probeert het bestuur zo weinig mogelijk concurrentie van andere organisaties te voelen. Verboom: “De neiging tot zelfbescherming is natuurlijk groot, maar ons doel is om het beroep van communitymanagers te ondersteunen en verder te professionaliseren.” Dat zou voor andere beroepsverenigingen ook zo moeten zijn. “Als jullie bijvoorbeeld iets delen waar een andere club mee aan de haal gaat, is het even slikken, maar als het tot betere journalistiek leidt, is jullie doel wel behaald.”

 

Communities delen | Verboom heeft me enthousiast gekregen. Ik fantaseer over een eigen communicatieplatform voor journalisten. Zou hij het dan een goed idee vinden om onze community ook te delen met andere journalistenclubs? “Het is altijd handig om aan andere partijen te vragen of ze al met een community bezig zijn”, zegt Verboom. Maar het is soms wel lastig om met twee verschillende organisaties samen te werken. “De LHV is bijvoorbeeld veel praktischer en daardoor slagvaardiger. Wij zijn eigenlijk allemaal wetenschappelijk opgeleid en denken veel meer na voordat we iets doen.” Het lijkt hem daarom beter om een nieuwe community voor freelance journalisten uit te breiden tot een community van de Auteursbond, de overkoepelende vereniging boven de sectie Freelance Journalisten, waar ik in het bestuur zit. “Dat is leuk voor meer interconnectie.”

 

Zoveel moeite | En de jonge leden, hoe bind je die aan je? Veel verenigingen vinden dat toch moeilijk. Ik vertel over een verontrustende ervaring bij het koor waar ik vorig jaar in stapte, een tijdelijk avontuur van mij en mijn jongere nichtje tussen vooral ouderen. We werden met open armen ontvangen en mochten tot onze grote verbazing zomaar de Matthäus Passion meezingen in het Concertgebouw. Om nog meer jeugd te trekken besloot het koor een gratis instapworkshop aan te bieden. Ik nam twee vrienden mee en stond te kijken van hun gebrek aan loyaliteit. Het arme koor deed zoveel moeite voor mensen die het al een prestatie vonden om een paar keer op te komen dagen. Verboom vindt dat niet gek. “Om elke week te komen moet je wel een grote ‘what’s in it for me’ hebben.”

 

Wat ik wil bereiken | Hij denkt dat er zeker verenigingen of activiteiten met uitsterven bedreigd worden. Met name verenigingen die zich baseren op identiteit vindt hij iets van het verleden – ik ben huisvrouw, dus word ik lid van een huisvrouwenvereniging en lees ik wat andere huisvrouwen doen. “Maar dat betekent niet dat dat geldt voor het fenomeen vereniging ‘an sich’”, waarschuwt hij. “Het gaat echt om de toegevoegde waarde die je kunt brengen. Niet om wat ik ben, maar om wat ik wil bereiken.” Verboom grijpt terug op een term uit de antropologie: ‘glocalisation’. De behoefte aan binding met anderen neemt alleen maar toe in een globaliserende wereld. “Omdat alles zo groot wordt krijg je behoefte om nestjes te creëren met mensen die gelijkgestemd zijn of waar je professionele zaken mee kunt delen. Ik geloof daarom zeker in de toekomst van verenigingen.”

 

Online en Offline
Een communitymanager verbindt online en/of offline mensen met elkaar rond een gemeenschappelijk thema met:

Gevoel Communitymanagers zijn veel online bezig, maar offline evenementen maken een community volgens Verboom pas krachtig. “Daar krijg je echt gevoel voor dingen. Het doel van elke online community ligt uiteindelijk ook offline.”

Luisteren Naar je leden moet je vooral luisteren op borrels en in persoonlijke gesprekken. NHG houdt daarnaast jaarlijks een enquête die maar liefst de helft van de beoogde respondenten invult. Dat komt volgens Verboom omdat leden weten dat er iets mee wordt gedaan. “Wees niet teleurgesteld als bij een eerste enquête maar 3% antwoordt. Laat eerst maar eens zien dat je de input serieus neemt.”

Discussie De grote kracht van online vindt Verboom dat het niet tijd- en plaatsgebonden is. Daardoor kan iedereen zijn zegje doen. “In bestuursvergaderingen snoepen mensen met het hoogste woord de meeste tijd. Online kan iemand die niet met zijn vuist op tafel slaat toch in een uitgebreid betoog iets heel zinnigs zeggen.”

 

Gepubliceerd in VM