dinsdag 22 maart 2016 / Parool /

Ook interessant

Erbarme dich, vol van vertrouwen

Katja Keuchenius (27)en haar nichtje Robin (19) zongen voor het eerst van hun leven mee in de Matthäus-Passion. Een verslag van twee groentjes.

 

Op een donkere novemberavond lopen mijn nichtje Robin (19) en ik (27) voor het eerst een witte, vierkante kerk binnen. Via Google (koor & Amsterdam Noord) hebben we een koor in de buurt gevonden waar we van de ‘gastvrouw’ een keertje mogen komen kijken. Wie weet vinden we samen zingen wel leuk. Binnen staat het vol mensen die allemaal ouder lijken dan onze ouders. De gastvrouw pikt ons er meteen uit en overhandigt twee formulieren om in te vullen. Waarvoor? Voor de uitvoering van de Matthäus-Passion, in het Concertgebouw, 23 maart. Onze ogen worden groot. Mogen wíj daaraan meedoen? Ja, zegt de gastvrouw. Mits we elke maandag komen repeteren en thuis oefenen met een partituur. Dat blijkt een dik boek met tienregelige notenbladen.

Bijna alle koorleden hebben de Matthäus vaker gezongen, sommige meer dan tien keer. En wij? We hebben überhaupt nog nooit in een koor gezongen. “Wat een sprong in het diepe!” reageren de meesten. Gevolgd door de vraag welke stem we zijn: sopraan of alt? Geen flauw idee. Ik vraag me intussen af of ik ‘dat stuk van die paasposters’ wel eens helemaal heb beluisterd. Zo’n honderd man schikken zich keurig naast elkaar rondom een pianist en dirigent Marcel den Dulk. Tweeënhalf uur lang kijken Robin en ik verbaasd toe. Soms lukt het om in een geleende partituur een stukje te volgen. Heel af en toe zingen we op goed geluk een toon mee. We spieken we bij de buren op welke bladzijde we zijn.

Repetitieschema
Na dit gestuntel vragen we de dirigent of hij er wel vertrouwen in heeft. We kwamen best mee, vindt hij. Voorlopig zingen we alt 2, één van de acht stemmen in het koor. Op de fiets naar huis besluiten we lachend dat dit de komende maanden onze hobby wordt. We bestellen bij bol.com een partituur en printen een repetitieschema uit vol cijfertjes en Duitse woordjes. Met een extra printje voor een koorlid, dat – lang niet als enige – geen computer heeft.

 

Vrienden reageren verbaasd. “Ik wist helemaal niet dat je kon zingen.” Het is meer een kwestie van melodieën onthouden, leg ik uit. Af en toe tover ik het centimeterdikke muziekboek uit mijn tas. “Dit is dus één stuk,” vertel ik terwijl ze er met opgetrokken wenkbrauwen doorheen bladeren, “en het duurt drie uur.” Het inlevingsvermogen van de meesten begeeft het dan. Bij de oudere generatie is dat anders. De Matthäus-Passionis écht iets dat je een keer in je leven gedaan moet hebben, hoor ik uit onverwachte hoeken. Mijn oma probeert mijn oefenen op de piano te begeleiden en vertelt glunderend hoe ze opa in het studentenkoor leerde kennen tijdens háár eerste Matthäus.

 

In de korte pauzes op de repetitieavonden schuift elke keer een nieuw koorlid opgewonden bij ons aan tafel. Wat vinden we ervan? Een man vertrouwt ons toe dat dit voor hem ook allemaal nieuw is. Hij vergelijkt het met zijn andere koor. “De muziek is hier een stuk ingewikkelder en de dirigent behoorlijk streng,” zucht hij. Wij knikken opgelucht. We voelden we ons nogal eens als scholieren die hun huiswerk niet hadden gemaakt.

Emoties

“Is het je eerste keer?” vraagt mijn buurvrouw op een avond bezorgd. “Ahh, dat is echt moeilijk. Ik zing wel extra hard in je oor.” Haar stem klinkt niet heel zuiver, maar helpt wel om toon en tempo te houden. Je raakt al snel verdwaald met al die koorpartijen door elkaar. Nooit geweten dat muziek zo complex kon zijn. Tussendoor vertelt dirigent Marcel over de emoties achter de Duitse zinnen. Gelukkig maar. De barok, Bach en de Bijbel zijn Robin en mij alledrie even onbekend.

 

Na drie maanden kunnen we de beginnetjes van bijna alle dertig verschillende koorstukken uit ons hoofd neuriën. Maar dat is niet genoeg, blijkt bij het testmoment, waar iedereen bij de dirigent moet voorzingen. Een paar dagen later vinden Robin en ik een dreigende HERTESTmail in onze inbox.

 

O jee. Onze vrienden en familie hebben al aardig wat kaartjes voor het concert gekocht – inclusief appgroep. De volgende les zingen we met een groepje achterblijvers in een ijskoud kamertje apart omstebeurt met bibberende stem het stukje Lass ihn kreuzigen. Voor leken: de euklank is een lange uithaal die maar liefst zestien keer van toon verandert.

 

Het lukt, we mogen blijven. Twee weken later heeft de dirigent ons zelfs vooraan geplaatst in de Concertgebouwopstelling. Vanwege onze jonge koppies waarschijnlijk. De zenuwen nemen toe. We moeten een zwarte rok aan tot aan de enkels, onze partituur zwart kaften, steeds op het goede moment zitten en staan en zo weinig mogelijk in ons boek kijken, maar naar de dirigent. Dat laatste is het leukst. Straks zijn wíj degene die geleid worden door die man met de gekke bewegingen op het podium.

 

Dit artikel is gepubliceerd in het Parool