zondag 30 januari 2011 / Trouw /

Ook interessant

Crisistijd is ook voor de deurwaarder niet fijn

"Gerechtsdeurwaarders beleven geen gouden tijden met de economische crisis. Dat is slechts borrelpraat", zegt Otto Kempkes van het Garantiefonds Gerechtsdeurwaarders.

 

Zijn club gerechtsdeurwaarders staat voor elkaar garant. Schulden zijn in economisch zware tijden alleen maar lastiger te innen en dus liep de helft van de gerechtsdeurwaarders in 2010 zelfs hoge financiële risico's.

 

Dat blijkt uit het onlangs verschenen jaarverslag van het Bureau Financieel Toezicht (BFT), een zelfstandig bestuursorgaan betaald door het ministerie van Veiligheid en Justitie.

 

Terwijl consumenten steeds harder hun best moeten doen om hun schulden laag te houden, buitelen incassobureaus en gerechtsdeurwaarders over elkaar heen om ze alvast te innen.

 

Met allerlei aanbiedingen proberen zij de aandacht te trekken van bedrijven met openstaande rekeningen. Daarin delven de gerechtsdeurwaarders het onderspit. Zij moeten steeds ongunstigere contracten aangaan om nog aan nieuwe opdrachten te komen.

 

Zo zien gerechtsdeurwaarders zich de afgelopen jaren vaak gedwongen tot zogehete 'no cure no pay'-afspraken met de schuldeisende bedrijven. Zij gaan dan zonder betaling alvast aan het werk en krijgen de gemaakte kosten pas weer terugbetaald als ze schulden geïnd hebben.

 

Dat kan lang duren. De deurwaarders proberen de schuldenaars eerst met het normale incassowerk, zoals telefoontjes en brieven, te laten betalen. Als dat niet lukt starten ze een rechtszaak.

 

Ze stappen dan met dagvaardingen en vonnissen naar de schuldenaars en leggen eventueel beslag op hun loon en uitkering.

De kosten hiervan lopen vaak hoog op. Volgens het BFT groeiden bij de helft van de gerechtsdeurwaarders de voorgeschoten kosten in 2010 boven hun eigen vermogen uit.

 

En daaraan kleeft een groot risico. Want als de schulden uiteindelijk niet geïnd worden, krijgen de deurwaarders deze kosten volgens de 'no cure no pay'-afspraken niet terugbetaald.

 

Dat gebeurt in economisch zware tijden vaker. "Mensen zijn simpelweg niet in staat om hun schulden snel te betalen", aldus Kempkes. "En als de afbetaling te lang duurt is het soms voordeliger deze maar gelijk af te boeken."

 

Toch houden de gerechtsdeurwaarders de schuldeisende bedrijven maar al te graag te vriend met deze ongunstige contracten. Gerechtsdeurwaarders zijn weliswaar de enige die een rechtszaak kunnen starten, maar dat geldt niet voor het daaraan voorafgaande incassowerk. Dat wordt steeds meer bedreigd door concurrenten: de incassobureaus.

 

Het staat iedereen vrij om een incassobureau op te richten. Er zijn er nu zo'n honderd actief, schat de Nederlandse Vereniging voor Incasso-ondernemingen.

 

De bureaus zijn nauwelijks aan regels gebonden, tot grote ergernis van de 388 gerechtsdeurwaarders. Die worden door het BFT namelijk veel strenger in de gaten gehouden. Incassobureaus kunnen hun klanten bijvoorbeeld garantie geven of de vordering zelfs overnemen.

 

Dit is voor gerechtsdeurwaarders uit den boze, aangezien het zou hun per wet vastgelegde onafhankelijkheid in gevaar brengen.

 

De gerechtsdeurwaarders hebben dus een moeilijke positie op de markt en intussen stijgt ook hun concurrentie onderling. Waar zij eerst nog apart opereerden in een hen toegewezen gebied, mogen zij sinds 2001 door het hele land opdrachten aannemen.

 

Niet zelden worden kleine kantoren daarbij onder de voet gelopen. In 2010 gingen er twee deurwaarders failliet en stonden er veertien onder verscherpt toezicht van het BFT.

 

Om deze risico's terug te dringen pleit het BFT bij het ministerie van Veiligheid en Justitie voor strengere regels of afschaffing van de 'no cure no pay'-afspraken.

 

Foto: cc

Gepubliceerd in Trouw