zondag 1 november 2009 / Talent /

Onderwijs

'Verschillende kleurtjes' in de plusklas

Op de Jan Antonie Bijloo school in Rotterdam lopen blanke en donkere kinderen samen over het schoolplein. Ze houden elkaars handjes vast. Hun verschillende achtergronden mengen makkelijk in de kleine school. Ook verschillende leerniveau’s lopen door elkaar heen.

 

Droomeilanden

‘My name is Adna, I am six year old’. De onderbouw plusklas op de J.A. Bijlooschool is begonnen. Twaalf kinderen uit groep drie en vier zitten in de kring. Hoewel ze luid schreeuwen dat ze het allemaal niet kunnen, komt het Engels er met enig geaarzel bijna perfect uit.

 

De kinderen vinden het duidelijk leuk en spannend. Maar wat is eigenlijk de leukste opdracht die ze in de plusklas hebben gedaan? Juf Mirjam vraagt het de kinderen. Met glimmende oogjes steekt bijna iedereen zijn vinger zo hoog mogelijk de lucht in. Allemaal noemen ze de opdracht van het droomeiland.

"Ik word die ene dag in de week steeds vóór de wekker wakker, dat is heel raar"

 

 

De kinderen mochten het eiland van hun dromen zelf bedenken, tekenen, knippen en plakken. Naast elkaar hangen de werkstukken nu aan de muur van het lokaal. ‘De mijne heet Girls Shopping Island’, vertelt de kleine blonde Adna. Het is verboden voor mensen boven de honderd jaar en voor jongens’.

 

Andy, een getinte jongen met netjes gekamd, zwart haar, is niet onder de indruk. ‘En Sinterklaas dan?’ vraagt hij uitdagend. Andy’s eiland heet Boys Rock Island, voor mannen onder de miljoen jaar.

 

De plusklas van de onderbouw is eind vorig schooljaar begonnen. Het experiment met de bovenbouw plusklas bleek namelijk een succes. Één ochtend of middag per week komen de kinderen bij elkaar. Ze geven presentaties en behandelen onderwerpen als Engels, Frans en filosofie.

 

Deze middag bekijken ze het menselijk lichaam en geraamte. Een meisje ligt op de grond, op een groot vel papier. Haar vriendinnetje trekt een lijn om haar heen. Hier moeten ze nu de binnenkant van gaan tekenen. Andere kinderen zijn zelfstandig aan het werk met zelfgekozen opdrachten uit de mappen in de kast.

 

"Een zwarte school impliceert een laag niveau. Maar het is natuurlijk flauwekul om te denken dat onze kinderen niet goed leren"

 

Aan het eind van de les komt directeur Martin binnenlopen. Hij maakt grapjes met de kinderen terwijl zij hun spullen opruimen en netjes bij de deur gaan staan. Een Indonesisch meisje hangt aan zijn arm. ‘Mag ik naast jou in de rij?’

 

Verschil door de plusklas
De lessen die de kinderen nu missen hoeven ze niet in te halen. De school kijkt na drie maanden of het goed gaat. Als resultaten omlaag zijn gegaan, kunnen ze beter weer stoppen met het extra programma.

 

Nog steeds zijn er dan mogelijkheden voor snelle kinderen. Er wordt in de lessen vaak gewerkt in verschillende niveau’s. Zoals vandaag in groep vier. De snelle kinderen die niet aan de plusklas meedoen, zitten aan het eind van de les alvast educatieve spelletjes te spelen.

 

De anderen zijn nog aan het werk achter hun tafeltjes. Aan het begin van de les heeft juf Marloes nog even aan de instructietafel gezeten. Voor kinderen die wat extra uitleg nodig hadden.

Met de meeste kinderen in de plusklas gaat het erg goed.

 

‘Je krijgt echt reacties als: ‘waarom doen we dit niet de hele week?’ vertelt juf Mirjam. Zoals de Hindustaans-Surinaamse Melissa. Zij vertoonde ander gedrag dan de meeste kinderen. Ze plaagde andere kinderen, liep in de gymzaal rondjes langs de muren en tilde op het schoolplein uit verveling putdeksels omhoog.

 

‘Ze trok heel veel negatieve aandacht’, legt Mirjam uit. ‘Maar ze maakte alle toetsen wel heel goed. Nu ze in de plusklas zit, is ze helemaal opgebloeid.’ Vandaag zit ze detective rekenopdrachten te doen. ‘gewoon omdat ik het leuk vind’.

 

Ook Jayant uit groep acht vindt het leuk in de plusklas. ‘Ik word die ene dag in de week steeds vóór de wekker wakker, dat is heel raar’. Ook de zeven-jarige Anny is tevreden. Ze komt uit Hong Kong en heeft in één jaar perfect Nederlands leren spreken.

 

Laatst schreef ze de naam van iedereen uit de klas voor hen in het Chinees. Ze zit pas drie dagen in de plusklas en vindt het nu al erg gezellig. ‘Je mag er spelletjes doen en je fantasie gebruiken.’

 

Verschillende culturen

De Jan Antonie Bijlooschool is bijna helemaal een zwarte school. De kinderen zijn van heel gevarieerde afkomst. ‘Antilliaans, Surinaams, Vietnamees, Pools, eigenlijk van alles wat’ vertelt Martin. De kinderen met verschillende achtergronden spelen allemaal met elkaar.

 

‘Geen een etniciteit heeft het overwicht, en dat is een voordeel’ vindt Martin. Hij kijkt door het raam naar de kleine Zacheria die op het schoolplein staat te voetballen met een veel grotere, blonde jongen Zacheria heeft een brilletje op en een roze overhemd aan.

 

Hij is even oud als kinderen uit groep drie. Maar hij zit al in groep vier en rekent mee met groep vijf. Zijn Marokkaanse ouders waren blij verrast toen ze hoorden dat Zacheria naar de plusklas mocht.

 

‘Ze konden het bijna niet geloven’ vertelt Intern Begeleider Marian, “Míjn kind? Zó slim?’ Ze waren daar helemaal nog niet mee bezig.’
Veel van de kinderen zijn officieel autochtoon. Zij zijn soms zelfs kinderen van ex-leerlingen.

 

Er wordt dan ook uitsluitend Nederlands gepraat op school. Ook door ouders op het plein. ‘Dat is geen regel, dat gaat automatisch’ legt Martin uit. Marian knikt instemmend. ‘Alleen als een kind kwaad is, wil ik nog wel eens zijn moedertaal horen’.

 

‘De verschillende kleurtjes hier op school wekken soms wel een verkeerde indruk’, verzucht Martin. ‘Ouders die komen kijken zetten hun kind dan toch liever op een andere school in de buurt.

 

'Een zwarte school impliceert een laag niveau. Maar het is natuurlijk flauwekul om te denken dat onze kinderen niet goed leren. Kijk maar naar onze plusklassen.’

 

Sommige kinderen hebben wel een taalachterstand. Dat is het grootste probleem waar de school tegen aan loopt. Zij hebben vooral een beperkte woordenschat.

 

Kinderen uit grote gezinnen gaan soms niet naar de peuterschool. Het Nederlands leren komt dan pas op school echt op gang. ‘We hebben voor het verbeteren van de woordenschat heel veel extra oefeningen. Met de juf of op de computer’, vertelt Marian.

 

Andy uit de onderbouwplusklas is hier een voorbeeld van. Hij blijft duidelijk steken op zijn beperkte woordenschat. Daardoor heeft hij veel problemen met lezen. ‘Hij begrijpt het gewoon niet, maar het is wel een heel slim kind. Daarom proberen we hier meer in te investeren, dat hij dat ook weer leuk gaat vinden’, vertelt juf Marian.

 

Gezondheid en veiligheid
De gangen van de school zijn in verschillende tinten blauw geverfd. Bij elke deur naar de betegelde binnenplaats staan twee grote planten. Ingelijste tekeningen hangen aan de muren.

 

Ze illustreren de drie gouden regels van de school. ‘Wij zijn aardig voor elkaar’, ‘wij gaan zorgvuldig om met alle spullen’ en ‘wij zorgen dat iedereen rustig zijn werk kan doen’ staat onder de tekeningen geschreven.

 

‘Het allerbelangrijkste op de school is veiligheid’, vindt Marian, ‘dat de kinderen zich hier lekker voelen. Daarom geven we hen veel liefde en aandacht.’ En dat kan goed met slechts 160 leerlingen. De leraren kennen ieder kind bij naam.

 

Ook Martin, die al jaren niet voor de klas staat, is goed op de hoogte. Wanneer hij de kleine Pattygunja tegenkomt, geeft hij haar een dikke knuffel. ‘Hoe is het met de kleine thuis, huilt ie nog steeds zo veel?’. Zelf kijkt hij hier niet van op. ‘Kinderen lopen hier wel acht jaar rond. Soms zelfs langer, omdat we hier ook een peuterspeelzaal hebben.’

 

De school besteedt daarnaast aandacht aan de gezondheid van de kinderen. Het is een ‘lekker fit’ school, vertelt Martin. ‘Enkele jaren geleden zaten hier nog veel topsporters. Nu geven we extra gymlessen en motorische remedial teaching en besteden we aandacht aan goede voeding.’ Zo is er de gezonde traktatie wedstrijd. ‘Ouders maken hiervoor soms hele creatieve snacks om uit te delen.’

 

 

Jayant

Jayant zit in groep acht van de J.A. Bijlooschool. Hij heeft uit de scholen in zijn buurt zelf voor deze school gekozen. ‘Ik liep het schoolplein op en dacht: ‘o.k., hier ga ik heen.’

 

Hij vindt het leuk op school. ‘Fantastisch’ zelfs. ‘Met de leraren is het niet snel saai. De één is streng, wat juist leuk is. En de ander is bijvoorbeeld weer heel grappig. Je kunt leuk met ze omgaan.’

 

Jayant zit al sinds vorig jaar in een plusklas. En hij heeft het er erg naar zijn zin. ‘Ik word die ene dag in de week steeds vóór de wekker wakker. Dat is heel raar’. Hij verveelt zich niet in de plusklas, in de andere lessen vaak wel.

 

Hij merkt ook dat de kinderen uit de plusklas hem beter begrijpen dan zijn andere klasgenootjes. ‘Voor hen moet ik vaak simpeler praten dan ik eigenlijk wil.’ Hij praat met zijn vrienden soms voor de grap in zogenaamde ‘nerdentaal’. Met zinnen als ‘D is gelijk aan X’ probeert hij zijn klasgenoten in verwarring te brengen. ‘En dat lukt’, grinnikt Jayant.

 

Jayant heeft ambitieuze plannen voor de toekomst. Hij wil in elk geval vwo doen, of hoger. Uiteindelijk wil hij minister president van Nederland worden. ‘En anders probeer ik het wel in Amerika’.

 

Onderwijs voor hoogbegaafden
Kinderen van de J.A. Bijlooschool die meer blijken te kunnen en willen doen dan het standaardlesprogramma, mogen één keer per week naar de bovenbouw- of de onderbouwplusklas. Dit gebeurt tijdens normale lessen die de kinderen dan mogen missen en niet hoeven in te halen. Er worden allerlei onderwerpen behandeld in de plusklas. Zoals Engels, Frans en filosofie.

 

De meerbegaafde kinderen worden door de school niet getest op hoogbegaafdheid. De school gebruikt hiervoor meer algemene toetsen. Zoals methodegebonden toetsen of toetsen van het Cito leerlingvolgsysteem.

 

Ook de normale lessen kunnen door meerbegaafde leerlingen uitgediept worden. De J. A. Bijlooschool haalt hiervoor veel opdrachten uit het tijdschrift Vooruit. Ook gebruikt de school routeboekjes van het SLO, waarmee de leerlingen kunnen versnellen.

 

Om de hoogbegaafde kinderen meer te kunnen bieden, worden er voor de leerkrachten cursussen gehouden op de school. Jet Barendrecht, ambassadeur van de Leonardoscholen, komt uitleggen hoe je met hoogbegaafde kinderen het beste om kunt gaat. Verder gaat zij verrijkingsopdrachten maken vanuit een top-down benadering. Hier gaat de school in de toekomst mee werken.

 

Zij zal ook uitleggen over het herkennen van hoogbegaafdheid. Door middel van een observatiemodel voor hoogbegaafden, CDR-R. Zo hoopt de school in de toekomst ook meer onderpresteerders eruit te pikken.

 

Foto: cc

Gepubliceerd in Talent