donderdag 27 september 2012 / Talent /

Onderwijs

Summerschool voor hoogbegaafden

Knutselen, buiten spelen, discoavonden en corvee. KampuniQum is een ‘zo normaal mogelijk’ kamp, ook al zijn allekinderen en stafleden hoogbegaafd. de kinderen lijken dit het liefst te willen vergeten, maar de kampleiders zijn juist alert op allerlei hoogbegaafd gedrag.

 

Wat nu? een wc-rol in de toiletpot! De 22 kinderen van kamp UniQum lopen snel naar de 34-jarige lerares en kampleider Ans. Zij houdt wijselijk haar mond en pakt de grote, rode knop erbij die ze naar het kamp heeft meegenomen. de ‘ff omdenken’-knop, waarmee je hulp kunt inschakelen wanneer je ergens mee vastzit. de kinderen beginnen meteen te brainstormen. ‘Met een stok!’, roept de een. ‘Met een plastic zakje om je hand’, zegt de ander. Even later vissen de kinderen de rol er zelf uit, zonder vieze handen.

 

Gevoelige kinderen

‘Ff ómdenkuh’, schalt de elektronische stem van de knop even later opnieuw door de gemeenschappelijke ruimte van de boerderij. De verplaatsbare herriemaker fungeert inmiddels als speelgoed. ‘Grappig toch?’, vinden de kinderen. Maar er steekt meer achter de knop. Ans: ‘hoogbegaafden geven vaak snel op. Als iets lastig wordt, stappen ze zo over op iets anders. De knop kan hen helpen om een lastige situatie toch op te pakken.’

‘Wat bijvoorbeeld niet leuk is, is als mijn moeder zegt ‘je kunt het wel’, hoewel ik sommige dingen gewoon heel moeilijk vindt, zoals keersommen.’

 

Ans heeft het doel van de knop aan de kinderen uitgelegd met het beeld van twee mensen op een roltrap die plotseling vastloopt. Als de mensen zouden ‘vastzitten’ in hun denken, zouden ze blijven staan. Maar ze kunnen natuurlijk ook ‘ff omdenken’ en zelf verder lopen.

 

De kinderen begrijpen het doel van de knop goed, vertelt Ans. Zoals Stan (10), die zijn zelfgemaakte robot komt laten zien. Hij gebruikte de omdenkknop toen hij niet meer verder kwam met zijn robot. ‘Een kampgenootje zag toen dat de on-offschakelaar precies verkeerd om was gemonteerd’, legt hij uit. ‘Dat is wel heel letterlijk ff omdenken’, lacht hij.  

 

‘Veel kinderen geven niet alleen snel op’, gaat Ans verder. ‘De meeste deelnemers zitten eigenlijk niet zo lekker in hun vel. Hoogbegaafde kinderen kunnen bijvoorbeeld heel faalangstig zijn. Dat soort barrières proberen we hier te doorbreken.’ Ze kijkt naar de kinderen die aan verschillende tafeltjes zitten te schilderen, te schaken of met afwasborstels knutselen.

 

Ans pakt er een stapel inschrijfformulieren bij. Er staan vragen op over de specifieke schoolsituatie van de kinderen, over hun ontwikkeling en over eventuele hoogbegaafdheidstesten die zijn gedaan. Ans heeft alles goed doorgenomen voordat het kamp begon.Veel kinderen blijken bijvoorbeeld ‘hooggevoelig’ te zijn, daar kan Ans nu rekening mee houden.

 

Je kunt het wel

Aan één van de tafels probeert Pascal (9) samen met kampleider ‘professor’ Gerard een pratende en rijdende robot in elkaar te zetten. Hij neemt zijn hoogbegaafdheid niet zo hoog op. “We zijn niet per se slimmer dan andere mensen”, zegt hij. Frits (12), die aan dezelfde tafel zit, beaamt dat. Hij is bezig om een elektrisch geknutselde afwasborstel vooruit te laten rijden.  

 

Wanneer hij de borstel op tafel zet, begint deze uit zichzelf rondjes te draaien. Frits kijkt ontevreden. Na enig overleg besluiten hij en Pascal dat de afwasborstel een extra motortje nodig heeft. ‘Want’, zo zegt Pascal, ‘als een helikopter maar één motor had, zou hij ook rondjes draaien.’  

 

Aan een andere tafel zit Yara (9) uiterst voorzichtig figuurtjes op een ansichtkaart te stempelen. ‘Het maakt mij niet uit dat veel klasgenootjes niet weten dat ik hoogbegaafd ben’, vertelt ze. ‘Ik ben ook dyslectisch, daar heb ik een tijdje geleden mijn spreekbeurt over gehouden. Sommige kinderen denken nu dat ik dáárom bij de rekentijgers zit.’

 

Eigenlijk vindt Yara dat wel fijn. Het is immers niet altijd leuk om hoogbegaafd te zijn. ‘Wat bijvoorbeeld niet leuk is, is als mijn moeder zegt ‘je kunt het wel’, hoewel ik sommige dingen gewoon heel moeilijk vindt, zoals keersommen.’  

 

Andere hersenen

Behalve de kinderen, zijn ook de kampleiders hoogbegaafd, zoals de 22-jarige Tamara. Bij de lunch wordt er enthousiast een plekje voor haar vrijgehouden. ‘Tamara zit hier!’, roepen drie kinderen. Deze middag zal ze een yogaklasje geven. Tamara kwam er pas vier jaar geleden achter dat ze hoogbegaafd is.

 

Er vielen toen heel wat puzzelstukjes op hun plek, vertelt ze. Ze schreef er een blog over: ‘hoogbegaafdheid een feestje?’. Daarin schrijft ze over de spanningen die bij haar hoge intelligentie komen kijken. Dat ze bijvoorbeeld soms niet durft te zeggen dat ze iets niet snapt, want ze is toch zo slim?

 

Dat Tamara nu, via haar blog benaderd door Ans, tussen tientallen hoogbegaafde kinderen en kampleiders zit, is dus nieuw voor haar. Ze gedijt er goed. ‘Ik voel me creatiever en vrijer’, vertelt ze. ‘En in elk kind herken ik wel iets van mezelf. School ging mij bijvoorbeeld niet goed af, omdat ik veel uitstelgedrag vertoon. Dat snelle afhaken zie ik ook bij de kinderen.’  

 

Een andere leider is Maury, vijftien jaar. Hij werd door Ans begeleid in zijn hoogbegaafdheid en ze nodigde hem uit om mee te gaan. Ook hij herkent veel van zichzelf in de kinderen. ‘Dat ze per se de beste willen zijn of niet goed tegen hun verlies kunnen. Dat had ik ook.’ En even later: ‘daar heb ik eigenlijk nog steeds wel last van.’  

 

Kader:

Kamp Uniqum zat dit jaar al snel volgeboekt. Ans denkt er daarom over om volgende zomer twee kampen te organiseren. Ze heeft al eerder een meikamp, een zomerkamp en een kerstkamp op poten gezet. Zelf is Ans ook hoogbegaafd, maar ze ontdekte dat pas op haar drieëndertigste, toen langzaam bleek dat haar zoontje hoogbegaafd was. Nu begeleidt ze hoogbegaafde kinderen in haar eigen praktijk, naast haar baan als lerares. 

 

Gepubliceerd in Pulse