Onderwijs

Stilletjes hoogbegaafd in Zweden

Boven het maaiveld uitsteken mag een typisch Nederlandse uitdrukking zijn, in Zweden kunnen ze er ook wat van. Hoogbegaafdheid is in het hoge Noorden nog een ‘verboden woord’. Leraren en psychologen halen er hun neus voor op en veel hoogbegaafden zelf mijden het onderwerp. Eindelijk verandert dat nu een beetje.

De dertigjarige Roland Persson was stomverbaasd toen hij tijdens zijn PhD in Engeland terecht kwam op een congres over muzikale ‘begaafdheid’. Hij had er nog nooit van gehoord, maar plotseling praatte iedereen over ‘muzikale gaves’ alsof ze nooit anders hadden gedaan. Er bleek bovendien zoiets te bestaan als ‘intellectuele hoogbegaafdheid’.

Persson: “Ik was compleet gefascineerd en begon alle literatuur te lezen die ik erover kon vinden. Ik had immers op de basisschool alle middelbare schoolstof al doorlopen en sprak Engels als een native speaker zonder een voet op Britse bodem te hebben gezet. Waarom had niemand mij ooit over hoogbegaafdheid verteld?”

Het antwoord is vrij simpel: Persson groeide op in Zweden. In het land van Ikea, Volvo en H&M is het primaire doel van onderwijs om elk individu tot een minimaal niveau te brengen. Dat betekent weinig aandacht voor kinderen die dat niveau snel voorbij zijn.

“Hoogbegaafdheid is hier nog steeds een verboden woord”, vertelt Persson. Sinds het congres probeert hij dat op allerlei manieren te veranderen. Hij introduceerde nieuwe definities, enquetteerde kinderen en leraren en ging met de overheid in gesprek. Vaak tevergeefs. “Zelfs de nationale psychologenvereniging, waar ik lid van was, weigerde er aandacht aan te besteden.”

Volgens Persson raakten slimmeriken in Zweden uit de mode na de Tweede Wereldoorlog. “Daarvoor was Zweden nog erg gericht op de Duitse cultuur, inclusief de waardering voor intellectuelen. Na de oorlog moest dat natuurlijk anders. Plotseling stond het socialisme centraal en wilde niemand meer iets met elitisme te maken hebben.”

Scholen zoomden in op de zwakke leerling en lieten het strenge mondelinge eindexamen voortaan achterwege. Iedereen moest immers slagen. De eisen aan studenten daalden gestaag en zo werd school voor veel hoogbegaafden ‘een hel’, vertelt Persson. In zijn enquête uit 2010 beoordeelde de grote meerderheid van de hoogbegaafde studenten school als een negatieve omgeving, 92 procent zei dat over de basisschool, 77 procent zei dat over de middelbare school.

Persson hoorde horrorverhalen over leerlingen die hun antwoorden uit moesten gummen om tegelijk met de anderen klaar te zijn of berispt werden omdat ze via hun eigen weg bij het juiste antwoord kwamen. Thuis wachtte hen soms niet veel beters: de helft van de studenten gaf aan ook binnen hun eigen gezin geen begrip of ondersteuning te krijgen.

“En eenmaal bij de psycholoog zijn ze soms nog slechter af”, gaat Persson verder. “Veel deskundigen weten niet wat hoogbegaafdheid is en geven in plaats daarvan diagnoses als ADHD of Asperger.”

De zeventienjarige Dante Lloyd weet er alles van. Net als alle Zweedse kinderen liep hij op zijn zesde tussen de vrolijk gekleurde Zweedse huizen, fruitbomen en keurig bijgehouden gazonnen voor het eerst verwachtingsvol het schoolplein op. Maar wat een teleurstelling: “Ik dagdroomde alleen maar en ging elke 20 minuten naar de wc”, vertelt hij in de monumentale hal van zijn lyceum in Jönköpping. Hij koos bewust voor een internationale school, waar het niveau doorgaans hoger ligt.

Dante heeft ‘speciale interesses’, zoals hij ze zelf noemt. Het begon met dinosauriërs en auto’s, later werden dat bergen en de vierdimensionale ruimte. Doodnormaal voor een jongen, zou je denken. “Maar ik ga er anders mee om”, legt Dante uit. “Ik wil alle details weten en ga er helemaal in op, een soort superhype. Pas als ik bijna alles weet, laat ik het los en stap ik zó weer over op iets anders.”

Vanaf zijn tiende kreeg Dante last van obsessieve-compulsieve stoornis (ocs). “Ik was bang voor bacteriën en ziektes, vooral voor rabiës. Ik weet dat dat in Zweden niet voorkomt, maar ocs werkt niet volgens logica.” Omdat hij later ook depressies kreeg, bezocht hij meerdere psychologen en psychiaters. Afgelopen lente werd gediagnosticeerd met het syndroom van Asperger.

Dat klopt niet, zegt Dante beslist. “Ik ben, anders dan mensen met Asperger, wél sociaal, ik kan wél ‘smalltalken’ en ik ben wél flexibel, dat vinden mijn vrienden en familie ook. Het voelt alsof ik in de val ben gelokt. Ik wilde helemaal geen diagnose en bovendien zat ik in een depressie. Dan geef je natuurlijk geen betrouwbare antwoorden op vragen over je sociale vaardigheden.”

De diagnose was nooit gesteld als hoogbegaafdheid meer geaccepteerd was in Zweden, denkt Dante. Van alle psychologen en psychiaters die hij zag, wisten maar een stuk of twee wat hoogbegaafdheid was. Dante ziet dat nu gelukkig veranderen: “Het is nog heel nieuw en vers, maar het begrip begint zich langzaam te verspreiden.”

Roland Persson is niet de enige Zweed die zich hard maakt voor hoogbegaafden. De nationale afdeling van Mensa, pas toegankelijk vanaf 18 jaar, reikte dit jaar een award uit aan Anita Kullander. Zij zette een drukbezochte Facebookpagina op voor ouders van hoogbegaafde kinderen en onderneemt allerlei ECHA-achtige activiteiten. In de media verschijnt het woord hoogbegaafdheid nu steeds vaker.

Ook de houding van de Zweedse overheid begint langzaam maar zeker te veranderen. Ze lanceerde de afgelopen jaren zelfs zogenaamde excellentieprogramma’s, voor goed presterende leerlingen. “Een belangrijke stap”, vindt Persson, “maar helaas niet ideaal voor hoogbegaafden. Programma’s voor excellente leerlingen bieden immers weinig soelaas voor onderpresteerders.” Aan dat begrip is Zweden, vreest Persson, nog lang niet toe.

Wet van Jante
Als je in Zweden over hoogbegaafdheid begint, wijzen mensen je al snel op de wet van Jante. Het is een code uit een boek van de Deense schrijver Aksel Sandemose, over het dorp Jante. Daar heerst een sterke groepsmoraal, net als in zijn eigen geboortedorp.
De code bestaat uit tien regels, zoals ‘Je moet niet denken dat je meer weet dan wij’ en ‘Je moet niet denken dat je beter bent dan wij’. Hoewel lang niet iedereen de oorsprong kent, is de wet van Jante in de Noorse, Zweedse en Deense cultuur verworden tot een algemene gedragscode.

Je zou het kunnen vergelijken met de Nederlandse metafoor ‘ boven het maaiveld uitsteken’. Sommige Noorderlingen zijn er trots op, andere voelen zich belemmerd door deze egalitaire volkshouding. Hoogbegaafden lijken er in elk geval niet bij gebaat te zijn.

Stilletjes hoogbegaafd
Magdalena (12) gedroeg zich in haar moeders buik al opmerkelijk. Ze klopte altijd terug, precies op dezelfde plek. Met anderhalf jaar raakte ze geïnteresseerd in wiskunde en geometrie en de afgelopen vijf jaar maakte ze niet één spellingsfoutje.

In haar klas zit nog een hoogbegaafde jongen, denkt ze. Maar daarover praat ze niet op school: “ik wil geen aandacht trekken.” Vader Jesper begrijpt dat: “Magdalena maakt al moeilijk vrienden. Opscheppen over hoogbegaafdheid helpt daar niet bij.”

Ook kostte het Magdalena’s moeder lang om het begrip te accepteren”, vertelt Jesper. Sinds een paar jaar werkt Magdalena op school nu aan verdiepingsopdrachten, maar de familie schuwt nog wel de Zweedse media. “Magdalena’s moeder wil niet dat het lijkt alsof we ons beter voelen dan andere mensen”, legt Jesper uit. Magdalena knikt bedeesd: “Dat wil ik ook niet.”

Foto: cc
Gepubliceerd in Talent