zaterdag 25 april 2015 / Management&Consulting /

Onderwijs

Samen vooruit op school

Stichting Leerkracht, voortgekomen uit McKinsey, wil meer samenwerking tussen leraren. ‘We zijn niet de zoveelste onderwijsvernieuwing’, zegt expertcoach Nico Verbeij. ‘Bij ons bepalen lerarenteams zelf de doelen en de acties.' Een verslag van een Leerkracht-bijeenkomst.


Het welkomstwoord van Elise Henneken bestaat uit twee zinnen. ‘Het is niet de bedoeling dat ik nu lang praat. Laten we naar het bord gaan.’ Direct staat de groep leraren op van achter hun tafeltjes en vormt een kring rondom het volgetekende whiteboard. Henneken, opgestroopte mouwen en kort haar: ‘Okay, wie voelt zich vandaag positief? Wie neutraal? En negatief?’ Ze turft de overwegend blije en neutrale emoties in het smileyhoekje van het bord en gaat meteen verder: ‘Zijn er nog successen die we kunnen delen?’


Tempo en optimisme zijn belangrijk in de teamsessies van Stichting Leerkracht. Docenten oefenen er in samenwerken. ‘We willen het isolement van de leraar opheffen’, zegt Nico Verbeij, al twee jaar expertcoach bij de stichting en begeleider van vijf scholen. ‘Leraren stappen niet zo gemakkelijk naar een ander voor hulp. Wij willen dat doorbreken. Onze leus is: “elke dag samen een beetje beter”, met de nadruk op samen.’


De stichting werd drie jaar geleden geboren uit McKinsey, waar enkele medewerkers zich vanuit maatschappelijke betrokkenheid bogen over ‘onderwijs’. Daar bleken nog veel slagen te maken op het gebied van samenwerking en continue verbetering. Scholen kunnen zich nu bij de stichting intekenen voor een tweejarig traject.


‘We houden ons ver van de inhoud’, zegt Verbeij, ‘want daar zijn de leraren zelf experts in. Zij bepalen wat er aan doelen en acties op hun bord komt. Wij werken aan vaardigheden om tot een andere cultuur te komen en daarbij niet te veel tijd te verspillen. Een beetje Lean en Scrum, al noemen we dat meestal niet zo.’


Eigen regels
Het team van Elise Henneken op Het Oranje Nassau College in Zoetermeer, een school van Verbeij, is net begonnen. Als de leraren weer zitten, deelt ze geeltjes rond: ‘We gaan zelf regels maken over hoe we willen samenwerken. Schrijf op wat jij belangrijk vindt, dan hebben we het erover. Begrijpt iedereen dat?’ ‘Nee’, reageert een man meteen. ‘Ik heb geen flauw idee wat je bedoelt’. Zijn buurman schiet te hulp. ‘We willen hier vrij kunnen vertellen. Dan wil je niet dat iemand daarmee meteen de lerarenkamer inloopt.’

 

‘Dat is een goed voorbeeld’, zegt Henneken. ‘Op tijd komen kan ook een regel worden.’ De leraren krabbelen wat op hun geeltjes en Henneken start de discussie. ‘Willen we echt elke sessie wat lekkers op tafel?’ Nog een beetje houterig steken sommigen hun hand op om hun mening te geven. Ze praten over een positieve instelling, naar elkaar luisteren en discreet blijven en iemand noemt het paraplubegrip ‘professioneel gedrag’. Binnen een paar minuten staan er zes regels op de papieren flap.‘Zijn ze hetzelfde als die van andere teams?’ wil iemand weten. ‘Ongeveer’, denkt Henneken. ‘Alleen dat lekkers is waarschijnlijk nieuw.’


Aan de overkant van de gang zijn ze al een paar stappen verder. Vijf mensen zitten op stoelen, leunen op tafels of staan bij het bord. Ze switchen snel van onderwerp. Van lesuitvallen en het Taaldorp naar het kalibreren van parallelle klassen. Het is de sectie Frans. Samen met Economie begonnen ze als Team 1 van de school aan het Leerkracht-traject. Schoolleider Marco Bakker deed mee met een tweedaagse bootcamp en werd onder begeleiding van twee teamcoaches klaargestoomd om zelf verder te gaan met het team Frans.


Afgelopen week deden ze mee aan een verbindingsessie om team 2 en 3 op te starten. ‘Dat is heel belangrijk,’ legt Verbeij uit. ‘Niet wij of de schoolleiding, maar collega’s leggen dan uit hoe het bord met doelen en acties in elkaar zit.’ Iemand van team 1 vertelde bijvoorbeeld over zijn eerste indruk - ‘waar gaat dit over?’ - maar wees vervolgens trots naar het bord: ‘Kijk, dit staat er nu bij ons op.’ Verbeij: ‘Het blijkt te werken. Zo zijn we niet de zoveelste onderwijsvernieuwing die de leraren over zich uitgestort krijgen.’

 

Stichting Leerkracht staat inmiddels op eigen benen. De meeste kosten worden gedragen door de scholen zelf. Verder betaalt McKinsey mee, plus enkele goede doelen en andere partners, zoals de Onderwijscoöperatie en gemeenten. ‘De meeste nieuwe scholen die zich aanmelden komen op aanraden van andere scholen die er al mee bezig zijn’, vertelt Verbeij trots. ‘Dat laat zien dat het goed werkt.’ Op dit moment doen tweehonderd scholen mee in het primair en voorgezet onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en enkele lerarenopleidingen. In september dit jaar wil de stichting dat aantal verdubbelen.


Vertrouwen
Het Oranje Nassau College is één van de vijf scholen onder Verbeij. Hij werd door zijn werkgever, ict-adviesbureau VKA, in het kader van een partnerschap met Stichting Leerkracht een aantal dagen per week beschikbaar gesteld als expertcoach. Hij werkte hiervoor vijftien jaar als docent, lerarenopleider en scholenadviseur en vindt het onderwijs onvergelijkbaar met andere sectoren. ‘Na je opleiding stap je een school binnen om aardrijkskunde te geven aan vijfentwintig leerlingen. Dat moet je helemaal in je eentje doen. Als het goed gaat, is dat fantastisch. Als het niet goed gaat heb jij een probleem. We zeggen met Stichting Leerkracht: dat is niet zo. Ga bij elkaar kijken, help elkaar om beter te worden, maak er een team-effort van.’


Met de team-effort zit het in de sectie Frans wel goed. Als zij overleggen over het kalibreren van klassen, klopt een jongen met een kleurige rugzak aan. ‘Ah Bas’, groet een blonde lerares Frans. ‘Bas is stout geweest en moet een toets overdoen’, legt ze de anderen uit terwijl ze met een ‘alors monsieur’ een blaadje uit haar tas tovert. ‘Oei, die is heel moeilijk’, grapt Bakker met een knipoog naar de jongen. Die lacht verlegen en snelt weg met de toets.


Bakker gaat door. Hij geeft eerlijk toe dat zijn klas volgende week nog niet klaar is voor toets vier en vraagt een lerares met een zwart vest: ‘Hoe sterk is jouw klas? Is het misschien tijd voor een beetje remedial teaching?’

 

’Ja, dat kan wel’, zegt de vrouw. ‘Met die aprendres lopen ze steeds vast en ik krijg nog lesuitval.’ Bakker knikt nadenkend. ‘Mooi, dan krijgen we het eind deze maand wel glad’. Hij veegt het doel ‘kalibreren’ van het bord en maakt er een duidelijk einddoel van: ‘19 maart lopen de klassen gelijk’.


Op de gang is het team van Henneken bezig met een spel om vertrouwen van elkaar te winnen. Ze staan in een kring en gooien hun armen omhoog als ze een uitspraak van een ander geloven. ‘Ik hou van lezen, ik ben geboren in Bethlehem en ik ga volgende week snowboarden’, zegt een man met bril. Bij de laatste uitspraak vliegen de meeste armen de lucht in. ‘Fout’, zegt de man. ‘Ik hou niet van lezen en ik ga niet snowboarden. Maar het ziekenhuis in Den Haag heet wel Bethlehem.’ ‘Dat is een goeie!’, roept de man die eerst nog sceptisch was over de zelfbedachte regels.


Feedback
Verderop in de gang is ook team 2 gestart. In kleine groepjes oefenen ze het geven van feedback. Schoolcoach Reiny van Amerongen vertelt dat het niet gaat om een mening of oordeel. ‘Als je zegt “volgens mij” of “als ik jou was” zit je fout’, legt ze uit. ‘Je moet alleen registreren wat er gebeurt en wat dat doet met de leerlingen.’


De leraren krijgen een papieren casus van een les die ze in de juiste woorden moeten ‘teruggeven’ aan een teamgenoot. Een lerares begint: ‘Ik zag dat Henry goed aangaf wat de bedoeling was en er een competitie van maakte’, zegt ze. ‘Daardoor hadden de kinderen er lol in en deden ze allemaal mee.’ Vn Amerongen onderbreekt: ‘Hoe weet je dat ze er lol in hadden? Je kunt beter zeggen dat ze op het puntje van hun stoel zaten’.


Normaal helpt Verbeij met de openingssessies, maar hij is vandaag toevallig niet aanwezig. Hij zou vooral helpen bij het stellen van de juiste vragen. Dat is tekenend voor de zelfingerichte vorm van Stichting Leerkracht. ‘Het gaat om de focus op het gedrag in een school en welk effect dat heeft op de leerlingen’, zegt Verbeij. ‘Daar zit de kern, heb ik het gevoel.’


Volgens Verbeij laten de leerkrachten de stem van de leerlingen meetellen. Uiteindelijk worden zij, en soms ook de ouders, bij het traject betrokken. ‘Dat is minder moeilijk dan het lijkt’, legt hij uit. ‘Kleine kinderen kunnen al veel aangeven in de vorm van plaatjes. Zelfs tegendraadse pubers weten wat ze willen in de les en op school als je ze daar goed naar vraagt.’


Op het Oranje Nassau College zijn de nieuwe teams nog niet zover. Het is bovendien bijna vakantie. Team 2 trekt zich terug in het lokaal om de sessie af te sluiten. Vermoeid sommen de leraren op wat ze geleerd hebben van Reiny. ‘Ik vond het lastiger dan ik dacht. Het helpt wel om het feedback-papier bij de hand te hebben’, zegt een leraar.


‘Zijn er nog veranderingen in de barometer?’ wil Van Amerongen weten. ‘Ik voelde me slecht, maar ben nu blijer', zegt een vrouw. ‘Ik ben nog steeds moe, maar wel opgelucht’, zegt een ander. ‘Ah’, roept Van Amerongen, ‘daar word ík weer blij van!’ Ze trekt de mondhoeken van drie smileys omhoog terwijl de leraren hun spullen pakken. ‘Leuk Reiny’, zegt iemand in het voorbijgaan, ‘het wordt steeds gezelliger!’

 

 

Van goed naar excellent
Toen de Nederlandse medewerkers

van McKinsey het onderwijs in

Nederland bekeken, publiceerde het

internationale McKinsey-bureau net

twee onderzoeken. Wat bleek? Of je

excelleert, ligt aan de docenten.

 

De overwegend praktische stap van

zwak naar goed speelt vooral in

ontwikkelingslanden. In Nederland

groei je van goed naar excellent door

alle pijlen op de docenten te richten.

De kwaliteit van het management bleek

minder belangrijk.

 

Hoe zorg je dan voor goed personeel?

Een klassiek managersvraagstuk, volgens

Verbeij. ‘Nu worden veel leraren naar

individuele cursussen gestuurd, terwjjl

het juist gaat om de gezamenlijke cultuur

van continue verbetering. Daar heeft

Stichting Leerkracht verstand van, op

basis van kennis en ervaring van McKinsey.’


De stichting Leerkracht wil de

cultuurverandering bij scholen als een

inktvlek uitbreiden. In 2020 hoopt de

stichting zichzelf op te heffen.

 

HET TRAJECT


Ten eerste
Een voorbereidingssessie of

informatiebijeenkomst bezoekt een

school bij voorkeur met meerdere

leraren en schoolleiders. Uiteindelijk

moet iedereen immers meedoen en

geloven dat de aanpak past bij de

schoolleiding en het team.

 

Bootcamp
Het programma start met vier tot vijf

deelnemers van zo’n tien scholen. Ook

schoolleiders en het bestuur worden

geïnstrueerd met vragen als ‘Hoe maken

jullie tijd vrij voor de lesbezoeken?’ En

‘Hoe stellen jullie doelen vast?’.


Coach
De school stelt een coach (0,3 fte)

beschikbaar om te worden getraind en

de rest van de school erbij te betrekken.

Bij grote scholen wordt de capaciteit vaak

over twee coaches verdeeld. Zij worden

gescreend en begeleid door een

expertcoach vanuit de stichting. De

teamcoaches volgen een bootcamp van

drie dagen en zien elkaar tijdens acht

coachfora.


Bedrijven bezoek
De school gaat op bezoek bij bedrijven

als bol.com en ING die al Lean bezig zijn.

Verbeij: ‘Vooral de borden in de

bedrijven leveren veel nieuwe ideeën op

voor de eigen teams.’


Verbindingssessie
Via verbindingsessies met Team 1

worden Team 2 en 3 voorbereid. Daarna

volgen de rest van de teams. De

expertcoach is bij zoveel mogelijk

sessies aanwezig.


Pizza sessie
Vijf keer per jaar is er een pizzasessie

waarbij acht á tien scholen in een

‘scholencirkel’ samenkomen. Verder zijn

er twee aparte schoolleidersfora, een

intervisiesessie om schoolleiders mee te

krijgen en volgt er een

schoolbesturenprogramma.


Ten slotte
Na twee jaar is het traject afgelopen,

maar kan de school zelf verder. Scholen

uit de Leerkracht-beweging lijken elkaar

te blijven opzoeken.

 

Gepubliceerd in Management&Consulting