dinsdag 26 januari 2016 / Transfer /

Onderwijs

Op een motor de jungle in

Universiteiten en hogescholen blijven graag een bijdrage leveren aan ontwikkelingssamenwerking, schreven ze onlangs in hun gezamenlijke visie. Ook in hun eigen belang. Ze verwerven zo nieuwe kennis en worden betrokken bij mondiale kwesties. Zoals HKU in Tanzania.

 

Op een ‘hobbel-de-bobbel-weg’ vond een Tanzaniaanse filmploeg een karretje voor een opname. Eén persoon nam plaats op de kar met een stabilisator en een camera, een tweede duwde, de derde zorgde dat de boel niet omviel. “Wíj zouden er niet op zijn gekomen”, vertelt HKU-alumnus Suzanne Jansen, “maar het shot zag er prima uit.” De inventiviteit van Tanzaniaanse filmmakers inspireert haar nog steeds. “Ze lieten me zien dat je op een guerillaachtige manier met weinig middelen toch iets moois kunt maken.” 

 

Jansen is een van de zestig Nederlandse studenten die via de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU) naar Tanzania reisden om mee te werken aan lokale film- en muziekprojecten. Dat begon toen HKU in 2007 werd benaderd door twee verschillende Tanzaniaanse partijen: TaSUBa, de enige kunstonderwijsinstelling van Oost-Afrika die met hulp van HKU een afdeling Muziek en Film wilde starten, en het Kilimanjaro Film Institute (KFI), van de Nederlandse ondernemers en mediaprofessionals Frank Bierens en Geert van Asbeck. “In eerste instantie doelden ze alleen op samenwerking op studentniveau”, vertelt Marjanne Paardekooper, hoofd internationalisering van HKU. “Maar in gesprekken met het bestuur gingen wij steeds meer richting capaciteitsopbouw.” Uiteindelijk ontstond een omvangrijk samenwerkingsproject, waarvoor financiering werd gevonden bij diverse partijen, zoals Buitenlandse Zaken en de EU. 

 

Spannend
In het kader van die samenwerking gingen elk semester een aantal HKU-studenten voor twee maanden naar Tanzania. Ze maakten eigen opnames en gaven trainingen aan lokale studenten en docenten. 

 

Wat kan een student uit Nederland leren aan een Tanzaniaanse docent? Dat vroeg Suzanne Jansen zich ook af. Ze wist vanaf dag één van haar HKU-opleiding documentaireregie dat ze wilde meedoen met het derdejaarsproject in Tanzania. Toch was het spannend om voor de trainingen te worden gekoppeld aan een docent van haar leeftijd én een van rond de veertig. Gelukkig klikte het goed. 

 

Jansen nam zo veel mogelijk filmmateriaal mee naar Tanzania, om bij het vak cinematografie van de oudere docent te laten zien. “Hij was niet handig met internet. Vanuit zijn dorp moest hij twee uur reizen naar de hoofdstad om een dvd te kopen. De studenten keken bij zijn powerpointpresentaties zonder voorbeelden glazig uit hun ogen.” Jansen gaf hem demonstratiemateriaal en spoorde hem aan meer samen te werken met de jongere docent die wél online de weg kende. De Nederlandse studenten brachten ook veel kennis en ervaring naar Tanzania, vertelt Paardekooper: “Nederlandse jongeren groeien op met een iPad. Dat is in Tanzania wel anders. Onze studenten zijn ook gewend aan creatievere cameravoering dan de gebruikelijke ‘talking heads’ op de Tanzaniaanse televisie.”

 

Bol van de symboliek
Paardekooper en collega onderwijskundige Hanke Leeuw zijn vol lof over het KFI. Leeuw: “Vergeleken met andere partners in de regio toonde het KFI veel ondernemerschap en verantwoordelijkheidsgevoel. Dat is ook nodig, want werken voor kansarme jongeren zonder overheidssteun is een ongelooflijke uitdaging.” Met hulp van HKU werd een driejarig curriculum opgezet, met daarnaast een opleiding voor mediaprofessionals die zij zelf moeten betalen. Uitgangspunt in de filmprojecten van het KFI was de Tanzaniaanse cultuur. “Jongeren in Tanzania kijken veel soaps uit Azië of Amerika”, schetst Leeuw. “Westerse cameraploegen in het land focussen op onderwerpen als aids of laten zien hoe ánders Afrika is.” Daar zitten Tanzaniaanse kijkers niet op te wachten, wel op alledaagse thema’s, of muziek en cultuur. “Studenten worden trots op hun cultuur als ze in films tradities laten herleven. Ook Nederlandse studenten waren
daarvan onder de indruk.”


De Tanzaniaanse cultuur staat bol van de symboliek, vertelt Paardekooper. “Er komen veel dieren in voor en het gaat vaak om de schoonheid van een verhaal. Voor onze begrippen gaat dat soms traag, met veel herhaling.” Jansen herinnert zich de relativerende manier waarop Tanzanianen keken naar de wereld en naar wat zij zelf maakten. “Hun idee was: het product wordt uiteindelijk toch wel wat het moet worden. Met dat idee ervaar je
veel minder druk.”


Baobabbomen
De ervaringen van studenten waren heel verschillend, vertelt Leeuw. “Sommige kwamen nauwelijks verder dan de campus en het hostel op tweehonderd meter afstand. Andere deden alles waarvan je van tevoren dacht: doe maar niet. Met een traditionele vissersboot naar Zanzibar varen om de visvangst te filmen, bijvoorbeeld.” Jansen was een van de avontuurlijke studenten. Voor haar documentaire over de symboliek rond baobabbomen nam een jongen van TaSUBa haar op de motor mee de jungle in. Inmiddels is de eerste generatie KFI-studenten zelf filmmaker en docent en heeft TaSUBa een nieuwe tak media- en muziekproductie. In de visie Knowledge for all van de Vereniging Hogescholen en de universiteitenvereniging VSNU wordt de samenwerking met het KFI genoemd als succesverhaal. De projecten waren zo geslaagd dat het lastig was ermee te stoppen, vertelt Leeuw. “Maar we hadden iets neergezet waarvan beide partijen vonden: ‘Het gaat goed zo.’ En de Nederlandse studenten die terugkwamen, zeiden: ‘Ze kunnen het daar zelf.’”


Jansen heeft nog steeds contact met de jongere docent, om films en eigen werk te bespreken. De HKU- en KFI-bestuurders kunnen elkaar nog altijd bellen en de directeur van het KFI komt eens per jaar naar Nederland. Toen er laatst een reünie was, bleek hoe veel de samenwerking ook voor de Nederlandse studenten heeft betekend. Leeuw: “Bij normale reünies komt tien procent van de betrokken. Nu kwam negentig procent.”

 

Dit artikel is gepubliceerd in Transfer.