zondag 10 april 2016 / Transfer /

Onderwijs

Nederlanders willen Latijns-Amerika nog niet verlaten

De Niche-projecten waar Ans Voordouw en Anna Bon in Latijns-Amerika aan meewerkten, zijn eind dit jaar allemaal afgelopen en krijgen geen vervolg. Zonde, vinden zij. Ze zijn niet van plan om de samenwerking met Colombia en Guatemala de rug toe te keren.

 

Ans Voordouw zag het natuurlijk wel aankomen. De Niche-projecten waar ze aan meewerkte, hadden een einddatum. Toch wil ze zich nog lang niet terugtrekken uit Zuid-Amerika. Met haar bedrijf Voordouw Consultancy hielp ze in Colombia bijvoorbeeld bij de reïntegratie van Farc-dissidenten en ex-paramilitairen. Ook ondersteunde ze verschillende universiteiten met het uitwerken van het onderwerp gender. In Guatemala versterkte Voordouw de opleiding tot Forensisch onderzoeker en hielp ze de politie met het opzetten van ‘Life Long Learning’. “Agenten gaan daar na een basisopleiding vaak aan het werk en komen nooit meer met onderwijs in aanraking”, zegt ze, “Maar juist in dat soort beroepen is het belangrijk om mensen bij te scholen, bijvoorbeeld over mensenrechten of geweld tegen vrouwen.”

Het zijn projecten waarmee Nederland inmiddels veel expertise en ook een goede naam heeft opgebouwd in de regio. Voortzetting van het werl is daarom belangrijk, zegt Voordouw, ook al verschillen de precieze redenen daarvoor per land. De projecten in beide landen hebben in elk geval met elkaar gemeen dat alle betrokken partijen er telkens iets van leren. “Wij worden geacht beter te zijn dan de zuidelijke partners, maar je leert ook veel van hen.” Als voorbeeld noemt Voordouw een Nederlandse docente die politieagenten in Guatemala een training moest geven over mediation, een nog onbekend begrip in dat land. “Dan moet je creatief en innovatief onderwijs geven.” De Nederlandse vroeg haar cursisten om zelf casussen te maken voor een rollenspel. “Heel slim. Zo zie je waar politieagenten lokaal tegenaan lopen.”

 

Mails in kapitalen
Je leert altijd van samenwerking, zegt ook Anna Bon. Zij leidde als project manager van de Vrije Universiteit Amsterdam een project om het onderwijs van de Colombiaanse universiteit ESAP te digitaliseren. “De Nederlandse ambassade en - destijds - de Nuffic kozen ESAP uit omdat het instituut een enorm bereik heeft, niet alleen in de hoofdstad Bogotá, maar ook in de arme delen van Colombia.” In workshops onderzocht de VU de organisatiecultuur van de ESAP. “Zo ontdekten we tijdens een rollenspel dat veel problemen via de mail werden uitgevochten”, zegt Bon. “Collega’s werden soms heel bot en typten met hoofdletters. Dat gebeurde in het echt ook, vertelden ze. Het kwam doordat ze geen tijd kregen voor overleg of doordat ze op verschillende locaties zaten.”


Collega’s die elkaar wel persoonlijk zagen, gingen juist opvallend warm met elkaar om. “Ze zijn ontzettend amicaal.” Daar kon de VU dan weer een voorbeeld aan nemen. Juist deze wederzijdse leermomenten maken verdere samenwerking met Colombiaanse instellingen aantrekkelijk, vindt Bon. Ze snapt wel dat Colombia niet meer één van de allerarmste landen is en dus niet meer voor Niche-projecten in aanmerking komt. “Maar als je het hebt over leren van elkaar, is Colombia juist interessant. Het opent je blik en geeft je gelegenheid om op je eigen werk te reflecteren.”

 

Zwak bestuur
Volgens Voordouw is dat de intrinsieke meerwaarde van samenwerking tussen verschillende instellingen: dat je je eigen waarden in nieuwe contexten kunt plaatsen. “In Colombia is het onderwijsniveau bovendien heel hoog. Dat maakt het voor Nederlandse instellingen leuk. Je kunt op een gelijkwaardige manier samenwerken en veel venieuwing brengen.”

De verhouding met Guatemala is veel minder gelijkwaardig.
Voordouw vindt het slecht dat de Nederlandse ambassade uit dat land is verdwenen en dat straks ook alle Niche-projecten aflopen. “Guatemala heeft, na Haïti, het zwakste bestuur in de regio. Een 36-jarige burgeroorlog is net twintig jaar geleden afgelopen. Het land heeft meer capaciteitsversterking nodig. Op het gebied van watermanagement kun je voor financiering misschien nog terecht bij particulieren. Maar voor veiligheid en milieu is echt geen geld te vinden.”

Ook voor Nederland is het volgens haar niet goed dat de contacten met Guatemala verdwijnen. "We krijgen in Latijns-Amerika een steeds kleinere naam en een kleinere rol.” Dankzij Niche heeft de Guatemalteekse politie nu een virtueel platform waarmee een leidinggevende op een politiepost elke week één a twee uur les kan geven over een actueel onderwerp. Dat is mooi, vindt Voordouw, maar niet genoeg. Eind vorig jaar liep het project af en trok Nederland zijn handen ervan af. “De échte implementatie wordt nu door Amerikanen gedaan”, zegt ze. “Resultaten worden nu niet meer gelinkt aan Nederlandse input, hoewel we er wel veel in hebben geinvesteerd.”

 

Innovatiepotje
Dat Nederland zijn gezicht verliest in de regio, vindt Voordouw zonde van alle expertise. Nederland is volgens haar ervaren in milieu en watermanagement, maar ook in veiligheid, rechtspraak en vernieuwingen, zoals het aansluiten van hbo op het beroepsveld. “Hoger onderwijs in Latijns-Amerika is vooral veel praten en weinig doen. Nederland kan verandering in brengen. We bereiden studenten beter voor op het bedrijfsleven, met stageprojecten bjivoorbeeld. Daarvan kunnen Nederlandse bedrijven ter plaatse ook weer profiteren. Bij lokaal personeel dat zij willen aannemen, missen ze vaak de juiste technische vaardigheden en professionele attitude: proactief zijn, reflecteren op jezelf, goed kunnen communiceren.”

Bon en Voordouw bekijken mogelijkheden en schrijven voorstellen om te kunnen blijven samenwerken met Colombiaanse en Guatemalteekse onderwijsinstellingen. Concrete plannen zijn er nog niet, ook niet op financieel gebied. Voordouw vindt eigenlijk dat er een innovatiepotje moet komen om nieuwe projecten op te zetten in Colombia.

In Guatemala wordt samenwerken, zonder ondersteuning van een ambassade, lastiger. Voordouw denkt aan externe fondsen, zoals Horizon 2020 of Erasmus+. Maar, zo is haar ervaring: slechts weinig instellingen in ontwikkelingslanden dienen een verzoek in samen met Westerse instellingen. “Het gevoel heerst dat we niet als gelijkwaardige partners een onderzoeksproject kunnen doen. Dat vind ik heel jammer.”