donderdag 15 september 2016 / Talent /

Onderwijs

'Mensen denken soms dat je een soort Mozart bent'

Anouk van Kampen (27) sloeg twee klassen over, maar weet niet of ze hoogbegaafd is. Ze ging zoveel mogelijk normaal naar school. En ze was gelukkig. Daarbij hielpen twee andere talenten: aanpassen en relativeren.

 

Laatst was er weer zo’n moment waarop leeftijd ineens een rol speelde. Anouk van Kampen had zich aangemeld voor een uitwisselingsproject voor journalisten. “In de inleidende cursus moesten we iets zeggen over ons leven, wat we bijvoorbeeld deden toen we zestien waren. Op mijn zestiende ging ik studeren, vertelde ik. ‘Oeh’, zei iemand toen meteen, ‘dan ben je echt hoogintelligent!’

Dat voelt niet zo, zegt Anouk via Skype vanuit een Berlijns café. Als journalist voor NRC Handelsblad werkt ze dankzij het uitwisselingsproject twee maanden op de redactie van Die Welt. Ondanks haar opmerkelijk korte schooltijd, liet Anouk haar IQ nooit testen. Haar ouders misschien wel, bedenkt ze zich en kijkt even opzij. Hoe dan ook: dat ze twee klassen oversloeg op de basisschool schept vaak maar rare verwachtingen. “Mensen denken soms dat je een soort Mozart bent of neerkijkt op anderen, maar zo ben ik niet.” Gelukkig komt haar leeftijd tegenwoordig nauwelijks nog ter sprake.

Klas overslaan
Nog voor ze naar school gingen leerde Anouk zichzelf lezen. In de boeken die haar ouders voorlazen begon ze woorden en letters te herkennen. Dat werd lastig toen ze naar school ging. In groep 1 waren kinderen met hele andere dingen bezig. “Met blokken op elkaar leggen enzo”, lacht Anouk. “Ik voelde me niet op mijn plek, zat niet met mijn klasgenoten op één lijn. Toen beschreef ik dat natuurlijk niet zo volwassen, maar ik kwam wel vaak boos en huilend terug van school.”

Een klas overslaan ging niet zomaar. De kleuterdocent vond dat Anouk zich gewoon moest aanpassen. Ook de directeur begon skeptisch aan de gesprekken met Anouks ouders, maar hij hielp Anouk gaandeweg wel meer uitdaging vinden. Tegen het einde van groep 1 had Anouk alle kleuterstof al gedaan en besloot de directeur, met hulp en advies van een psycholoog, dat het beter was als ze naar groep 3 ging. Daar gebeurde hetzelfde. De nieuwe docent probeerde Anouk wel bezig te houden met extra klusjes, maar de verveling sloeg al snel weer toe. Ondertussen hoorde ze wat de anderen leerden; groep 3, 4 en 5 deelden een lokaal. Uiteindelijk ging Anouk van groep 3 naar groep 5.

Talen, theater en muziek
Veel weet ze er niet meer van. Gelukkig kreeg ze geen uitzonderingspositie. Om te voorkomen dat Anouk zich weer zou gaan vervelen in de bovenbouw, bedacht haar docent allerlei activiteiten. Een Japanse en een Chinese klasgenoot leerden over hun taal. “Dat was opgezet voor mij, maar iedereen mocht eraan mee doen.” Ondertussen leerde ze thuis nieuw Grieks met haar vader en Frans met haar moeder, die zelf Frans is. Anouk zat bovendien op theater- en vioolles.

Na de basisschool ging Anouk naar het Montessori Lyceum in Amsterdam, helemaal vanuit Lelystad. “De scholen in Lelystad hadden naar mijn idee minder kundige leraren en je wordt er als brugklasser sneller gepest omdat je jong bent. Dat leek me niet zo handig.” Op de Amsterdamse school vond Anouk de sfeer fijn. Bovendien was er ruimte om wekenlange ‘blokken’ zelf in te vullen. Ze kwam er elke ochtend om zes voor uit haar bed en moest anderhalf uur heen en anderhalf uur terug reizen. Het was het waard. “Ik heb nooit rare opmerkingen gehad. Dat zou niet op elke school zo zijn gegaan.”

Voorstelrondjes heeft Anouk altijd vervelend gevonden. “Als ik mijn leeftijd noemde, zag je altijd mensen kijken. Op hun vragen antwoordde ik dat ik me niet superhoogbegaafd voelde, maar toevallig wel twee klassen had overgeslagen. Verder maakte ik gewoon vrienden zoals iedereen en verdween mijn leeftijd naar de achtergrond. Er waren volgens mij docenten die het niet eens wisten.”

Relativeren en aanpassen
Het leeftijdsverschil met klasgenoten werd pas goed voelbaar tijdens de puberteit. “Toen mensen vriendjes kregen. Ik was toen niet meer touwtje aan het springen, maar jongens zagen natuurlijk wel dat ik er twee jaar jonger uitzag. Dat was lastig. Aan de andere kant: alle pubers hebben moeite met zichzelf”, relativeert ze snel.

Bepaalde dingen zou ze misschien anders hebben gedaan als ze ouder was geweest. “Kiezen voor een profiel bijvoorbeeld. Dat ging bij mij heel makkelijk, zonder nadenken.” Met twee vertalers als ouders – ‘mijn familie is erg alfa’ - koos Anouk Cultuur en Maatschappij en wist ze meteen welke keuzevakken ze wilde. “Daar ging ik misschien te makkelijk mee om. Twaalf is wel erg jong om zo’n belissende keuze te maken voor de rest van je leven. Maar dat is veertien jaar natuurlijk ook.”

Meisje-meisje
Relativeren is Anouks specialiteit. Net als aanpassen. Haar vader merkte dat al toen ze klein was. Als ze uit school kwam gedroeg ze zich plotseling meer als een meisje-meisje. “Dan begon ik ineens hard te gillen en vroeg mijn vader waarom ik zo raar deed. Andere kinderen zouden zich misschien meer afzetten tegen hun klasgenoten, maar aanpassen werkte bij mij. Ik maakte er ook liever geen punt van dat ik jonger was dan de rest.”

'Hoogbegaafd' vindt Anouk maar een rare term. “Ben je hoogbegaafd voorbij een bepaald IQ-punt? Je kunt heel goed zijn in muziek, maar waardeloos in rekenen.” Hoewel ze zichzelf nooit liet testen op hoogebegaafdheid, raadt ze het niemand af. Iedereen ervaart het immers anders. Een test kan bovendien handig zijn om leraren te overtuigen om meer uitdaging te zoeken. Zelf is ze blij dat ze twee klassen heeft overgeslagen. “Het is niet altijd makkelijk om twee jaar jonger te zijn dan iedereen. Maar zo ben ik wel veel gelukkiger geworden dan als ik was blijven hangen op een plek waar ik niet blij was. Je moet niet denken dat het vanzelf goed komt.”

‘Megaslim’ voelt ze zich nog steeds niet. Ze merkt alleen dat ze snel verbanden ziet en niet zo snel onder de indruk is van iemand anders’ intelligentie. Haar vrienden kiest ze daar ook niet op uit, maar een uitdagend gesprek vindt Anouk wel fijn. “Het moet niet alleen over nagellak en mode gaan.” Een van haar beste vrienden is haar zusje, die ook twee klassen oversloeg. “We hebben veel aan elkaar gehad, omdat we elkaar op dat vlak begrepen.”

Het serieuze leven
Vroeger wilde Anouk de nieuwe Roald Dahl worden, ze hield van schrijven. Later droomde ze van een leven als cultureel antropoloog of psycholoog – ‘alle standaarddingen’. Ze koos de bachelor Kunstgeschiedenis en de master Cultural Analysis. Liep ze daar tegen het probleem aan dat ze niet had ‘leren leren’? Anouk: “Niet echt. Huiswerk deed ik op de middelbare school wel, maar niet veel. Feitjes stampen vond ik saai.” Voor vakken waar ze tientallen plaatjes en jaartallen moest onthouden, haalde ze tijdens haar studie daarom een 6,5. Zodra ze een verhaal kon opschrijven, ging het goed.

Journalist worden was nooit een bewuste keuze. Pas tijdens de master, met veel schrijfopdrachten, herontdekte ze het schrijven. In plaats van wetenschappelijke stukken schreef ze zoveel mogelijk praktische essays. Dat was leuker. De beste manier om te schrijven leek Anouk de journalistiek, dus begon ze met een stage bij NRC. Dat pakte goed uit. Ze werkt er nu al vier jaar. Ondertussen gaat ze veel naar de film, eet en drinkt ze samen met vrienden en tuiniert ze op haar balkon.

Inmiddels is ze niet meer altijd de jongste. “Dat is even wennen, maar ook wel fijn. Vroeger waren mijn leeftijdsgenoten vrienden van mijn zusje. Ik had er niet zoveel mee. Nu maakt leeftijd niets meer uit. Je kunt omgaan met mensen van 38 en 21 en dat is allemaal normaal.” Anouk is naar haar smaak wel snel in een serieus leven beland. Ze ging er nooit een jaar tussenuit omdat ze altijd dacht dat dat later wel kwam. Na haar eindexamen kon ze een reis – met het miminumloon van een 16-jarige- ook niet zomaar betalen. Tussen de bachelor en de master gaapte een minder groot gat dan verwacht en daarna moest ze snel werk zoeken. “Dan komt het echte leven er ineens aan.” Ze is blij dat ze nu in Berlijn zit. “Kan ik eens kijken hoe dat eigenlijk is.”

 

 

Gepubliceerd in Talent