zondag 15 maart 2009 / Talent /

Onderwijs

Leren en ontwikkelen

Al bijna een eeuw bestaat het Amsterdams Lyceum, inmiddels een atheneumgymnasium. De leerlingen kunnen meedoen aan verschillende extra activiteiten, ook buiten schooltijd. Met clubjes, reisjes en een eigen buitenhuis in de bossen leert de school de kinderen zich niet alleen intellectueel, maar sociaal en cultureel te ontwikkelen. ‘En’, vinden de leerlingen, ‘Zo is er het hele schooljaar door altijd wel weer iets om naar uit te kijken’.

 

Meer dan Grieks en Latijn
Midden in Amsterdam Zuid staat het Amsterdams Lyceum. Mooi gelegen; als een poort tussen twee groene pleinen,het Olympiaplein en het Valeriusplein. Het strakke, oude gebouw vormt een doorgang voor rijwielen en wandelaars, maar is duidelijk als school te herkennen door de tientallen fietsen met kleurige fietstassen die ervoor geparkeerd staan.

 

Dit alles is te overzien vanuit de kamer van Ruud Winkel, een jonge, opgewekte biologieleraar, tevens afdelingsleider van de eerste klas. ‘We trekken veel kinderen die een gymnasiumadvies hebben en die niet perse Latijn of Grieks leuk vinden, maar wel graag iets extra’s willen doen’, vertelt hij.

 

‘Hun interesse kan verschillende richtingen uitgaan. Vanaf de eerste klas kunnen de leerlingen hun vreemde talen, maar ook hun culturele interesses of béta-denken sterk ontwikkelen. En in de tweede klas kiezen veel kinderen er dan toch voor om ook klassieke talen te gaan volgen’.


De leerlingen van het Amsterdams Lyceum kunnen kiezen voor extra bezigheden. Het meest opvallend zijn de taalprojecten die meestal vier van de zes brugklassen volgen. Deze leerlingen kiezen ervoor om hun Engels, Spaans of Italiaans op een hoog niveau te krijgen. Hierbij leren zij ook over de cultuur, literatuur en geschiedenis van deze landen.

 

De talenprojecten lopen door tot de zesde, zodat de leerlingen dan gemakkelijk in het buitenland kunnen gaan studeren. Voor de minder ‘talige’ kinderen besteedt de school daarnaast veel aandacht aan natuurwetenschappelijk onderwijs. In de eerste wordt al het praktische vak Natuur, Leven en Techniek gegeven en leerlingen volgen biologie gedurende de hele onderbouw.

 

Ook buiten schooltijd kunnen de kinderen zich op het Amsterdams Lyceum vermaken. ‘Vrijdagmiddag is echt clubjesmiddag’, vertelt Winkel, ‘We hebben een schaakclub, een etsclub, een tekenclub, een zangclub… Bovendien heeft de school een eigen dans- en toneelopleiding en bevindt zich in de gracht, die achter de school langs loopt, het clubhuis van de roeivereniging van de school.’

 

Volgens de leerlingen blinkt de school pas echt uit in de vele reisjes die er worden georganiseerd. Zij lachen hardop als ze erover vertellen. ‘Het is echt bizar hoeveel je hier weggaat’, vindt Jonas uit de zesde klas, ‘maar het is zeker vet’.

 

Hij doet de profielen Natuur en Gezondheid en Natuur en Techniek met daarbij Latijn. Voor zijn profielwerkstuk is hij bezig om zonne- en windenergie met elkaar te vergelijken. ‘je krijgt gewoon de kans om wat te zien’, vult zijn klasgenoot Ties aan, ‘je ziet meer van de wereld dan alleen je school. Zo wordt je ontwikkeld, je wordt niet alleen opgeleid’.

 

Ties en Jonas zijn net naar Sint Petersburg en Peru geweest. Maar er worden ook uitwisselingsprojecten met New York, tripjes naar Tel Aviv en een vaste Romereis in de vijfde klas georganiseerd. Bovendien hebben de talenprojecten ook extra reisjes naar Rome, Londen en Salamanca.

 

Gezelligheid en sociale ontwikkeling
Elk schooljaar gaan de kinderen met hun eigen klas een week naar Wolkenland, een groot buitenhuis van de school, midden in de bossen. Hier wordt vooral de sociale ontwikkeling van de kinderen gestimuleerd.

 

‘Als je daar vierentwintig uur per dag samen bent, kun je je niet altijd verschuilen achter je imago van ‘ik zit stil in een hoekje van de klas’’, legt Winkel uit, ‘er worden daar zóveel gesprekken gevoerd.’ Sociale ontwikkeling staat hoog in het vaandel van het Amsterdams Lyceum.

 

In de onderbouw is een vast onderdeel van Wolkenland het pestproject. ‘We proberen een veilige omgeving te creëren waar niet wordt gepest’, vertelt Winkel, ‘en daar zijn we ook echt heel streng in. Als kinderen dat niet begrijpen, wordt er serieus over van school sturen gepraat.’

 

En dit werkt, vindt Winkel, de school staat volgens hem bekend om zijn fijne sfeer, tussen leerlingen onderling, maar ook met leraren. ‘Er is hier wel een cultuurtje van ‘u’ en ‘meneer’ en ‘mevrouw’, maar toch is er een hele goede band tussen leerlingen en docenten. Dat komt misschien ook omdat we aandacht besteden aan de kleine dingen. We vieren bijvoorbeeld elk jaar Sinterklaas.’

 

Ook de leerlingen zijn blij met de gezelligheid. Vooral Sofie uit de eerste klas is enthousiast. Zij vindt eigenlijk alles leuk aan de school, vertelt ze, ‘het is hier gewoon zo gezellig. Het is wel school, maar het is gewoon leuk. En iedereen gaat met elkaar om, dat komt misschien ook door de clubjes’. Sofie volgt met een aantal vriendinnen de dansopleiding.


Dat de school gezellig is, is ook te zien aan de klaslokalen. Niet één ervan is saai, overal hangt versiering. Het lokaal Frans is beschilderd met Franse tafereeltjes en levensgrote gedichten, het lokaal voor jeugdliteratuur is met allerlei details zoveel mogelijk ingericht als huiskamer en de lokalen biologie en natuurkunde staan vol met opgezette dieren, skeletten en klassieke meetapparatuur.

 

Ook de andere lokalen zijn versierd met muurschilderingen in toepasselijke thema’s, door de leraren of hun kinderen. ‘De school doet er veel aan om er niet vervallen uit te zien’, vertelt Winkel, ‘we hebben een vaste huisschilder die alles direct bijwerkt als er iets afbladdert’.

 

Winkel loopt met allerlei te-laat-kom stempelkaarten en afwezigheidslijsten langs de lokalen. Hij loopt de lessen binnen en spreekt de leerlingen in het openbaar aan. ‘Was jij vorige week ziek? Dan wil ik daarover vanavond nog een telefoontje van je ouders’ roept hij streng en duidelijk.

 

Wanneer hij de klas uitloopt, kijkt hij verbaasd naar een jongen die zijn jas aanheeft. ‘Wat zit jij met je jas aan, het is hier snoeiheet’, de jongen protesteert en eenmaal buiten het lokaal steekt Winkel nog even snel zijn kop om de deur: ‘watje!’.

 

Zo loopt hij grappenmakend door de gangen, iedereen die hij tegenkomt zegt hem vrolijk gedag. Aan het eind van de hal is de aula, een mooi zaaltje met een klassiek uiterlijk vanwege de glas-in-loodramen en de brede pilaren.

 

‘Hier worden de eersteklassers geïnaugureerd en krijgen de 6e klassers hun diploma’, vertelt Winkel. ‘Wanneer zij dan in een rijtje komen oplopen, wordt de klassieke schoolbel geluid’. Op de pilaren staan nog de namen van alle geslaagde leerlingen vanaf het jaar 1921, deze traditie wordt nu voortgezet in de gangen van de school.

 

Hoogbegaafdheid
Het Amsterdams Lyceum is niet bewust bezig met hoogbegaafde leerlingen. Kinderen worden dus ook niet getest op hun intelligentie. Met een Cito-score van minimaal 545 worden zij direct geplaatst.

 

Met een lagere score en wel een vwo-advies worden kinderen eerst uitgenodigd voor een intakegesprek. ‘Het verschilt per leraar wat er gedaan wordt aan hoogbegaafdheid’, vertelt Ruud Winkel. Een tijd lang heeft de school ook een havo- en mavo-afdeling gehad.

 

Dit jaar bestaat er alleen nog één vijfdeklas havo. ‘Sommige leraren zijn nog niet ingesteld op de nieuwe soort leerlingen die zich nu voor de school aanmeldt. Zij geven nog erg strikt les en reageren afwijzend op het gebruik van étiquettes zoals hoogbegaafdheid.’

 

Winkel vindt dat jammer en probeert hier verandering in te brengen. Hij is nu bezig om Joost de Maré, deskundige op het gebied van hoogbegaafdheid en redactielid van Talent, uit te nodigen voor een lezing of zelfs een workshop op de school. Van een aantal leerlingen is het bekend dat zij hoogbegaafd zijn.

 

Een van deze leerlingen is Merlijn, inmiddels een tweedeklasser. Hij koos voor de school vanwege de extra bezigheden die hij er kon doen, gymnasium met daarbij het project Italiaans. ‘Door die extra taal heb ik een veel grotere uitdaging’ vertelt Merlijn, ‘dat is echt genoeg. Ik krijg namelijk ook minder tijd voor andere vakken, waar ik dan sneller voor moet werken.’

 

Omdat Merlijn een Amerikaanse vader heeft en in Australië heeft gewoond, spreekt hij vloeiend Engels. Vanaf de tweede klas krijgt hij daarom extra opdrachten voor dit vak, waar hij tevreden over is. Verder is hij erg blij met de leuke leraren. ‘het zijn docenten waar je gewoon lol mee kan hebben’.

 

Een andere hoogbegaafde leerling van de school is Marina. Zij zit in de eerste klas en doet mee aan een sociale vaardigheidstraining. Dit is een training die wordt aangeboden door de school in samenwerking met jeugdzorg. Het gaat om kinderen die bijvoorbeeld snel agressief zijn, faalangst hebben of niet genoeg voor zichzelf opkomen.

 

Marina is erg verlegen. Als alle andere leerlingen de kamer uit zijn gelopen, begint ze hier nog even over. Ze vindt het goed dat de school met dit soort trainingen bezig is.

 

 

Merlijn
Merlijn is hoogbegaafd en zit in de tweede klas. Hij doet gymnasium en volgt het extra talenproject Italiaans. Hieruit haalt hij voldoende uitdaging, vindt hij. ‘ik krijg minder tijd voor andere vakken dus daar moet ik dan ook sneller aan werken.’ Verder zit Merlijn in de Aula Commissie. Bij evenementen en voorstellingen regelt hij licht, geluid en podia.

 

Merlijn heeft een paar jaar in Australië gewoond en zijn vader is Amerikaans. Daarom spreekt hij vloeiend Engels. Het extra talenproject Engels vond hij voor zichzelf overbodig. Wel krijgt hij voor dit vak extra opdrachten.

 

Merlijn is blij dat hij naar deze school is gekomen. Hij vindt de sfeer er leuk. Dit merkte hij al tijdens de open dagen. ‘Met de docenten kan je echt lol maken’.

 

Talenproject
Ongeveer tweederde van de leerlingen van het Amsterdams Lyceum kiest er vanaf de eerste klas voor om een talenproject te doen. Zij krijgen 3 uur per week extra les in Engels, Spaans of Italiaans. Hier leren ze ook over de cultuur, geschiedenis en literatuur van het land.

 

De kinderen die een talenproject volgen zitten met elkaar in de klas. De verschillende talen zitten enigszins gemixt met elkaar. Soms hebben zij voor een andere taal een uur minder les per week dan standaard wordt aangeboden. ‘We proberen hen zo weinig mogelijk extra uren te geven. Dit kan omdat de grammatica van talen bijvoorbeeld vaak overlapt’.

 

In de bovenbouw krijgen de leerlingen met een talenproject les van docenten die hiervoor speciaal uit Spanje zijn gekomen. Ook maken zij een reisje naar Salamanca, Rome of Londen. In de zesde klas is hun taalvaardigheden op zo’n niveau dat zij gemakkelijk in het buitenland kunnen gaan studeren.

 

Foto: Amsterdams Lyceum
Gepubliceerd in Talent