vrijdag 29 september 2017 / Talent /

Onderwijs

Chaotisch en boeiend gaat prima samen

De Topklas van de Van Dijckschool in Bilthoven krijgt biologieles van een hooggepensioneerd gepromoveerd bioloog. Een win-win-win situatie voor juf Lies zelf, juf Susanne en de kinderen. Het begon als gastles toen een meisje uit de Topklas tijdens een heide-uitje opmerkte dat haar buurvrouw Lies vast antwoord zou hebben op alle vragen die de natuur opriep. Hoe ziet zo’n les eruit?

 

Vastberaden trekt een kleine 87-jarige vrouw in een grijze regenjas en een rieten tas stevig onder de arm de deur van de Van Dijckschool open. Ze kopieert en ordent wat uitgeprinte wikipedia-pagina’s en loopt een lokaal in met een handjevol kinderen. Ze zitten achter laptops of knutselen boemerangs in elkaar met lijm en houten ijsstokjes. Het is vrijdagmiddag en niemand heeft meer zin in orde, maar dat hoeft ook niet. Het is tijd voor de biologieles van juf Lies.

 

Lies van Donselaar - Ten Bokkel-Huinink geeft al bijna drie jaar lang les in de basisschool bij haar om de hoek. Dat begon als gastles toen een meisje uit de Topklas tijdens een heide-uitje opmerkte dat haar buurvrouw Lies vast antwoord zou hebben op alle vragen die de natuur opriep. Als gepromoveerd bioloog gaf Lies tientallen jaren les op middelbare scholen. Ze werd door lerares Susanne Waal uitgenodigd voor een gastles en geeft nu elke week biologie aan de kinderen uit groep 6,7 en 8 met een IQ van boven de 130.
Biologieboeken voor de basisschool bestaan niet, dus doet Lies het met wat ze kan vinden. Vandaag heeft ze materiaal verzameld in haar eigen tuin. Uit haar rieten tas tovert ze Philadelphia- en pindabakjes waar regenwormen, duizendpoten en pissebedden krioelen tussen de korrels aarde. De vorige les ging over mieren, nu zijn de andere kleine diertjes aan de beurt.


De klas zit het hele jaar als Topklas bij elkaar. Vandaag is groep 8 op bezoek bij het gymnasium en is groep 7 bij de reguliere groep 7 om een excursie voor te bereiden. Nog maar zeven kinderen uit groep zes zijn over, maar dat is een mooie hoeveelheid voor een les van juf Lies. Omdat de hele groep van 22 kinderen te veel werd voor haar slechthorendheid, splitst juf Susanne de klas voor Lies nu sowieso steeds op in drie kleine groepen.


Naar buiten
Onder subtiele aanvoering van Lies en doeltreffende begeleiding van juf Susanne gaan de kinderen met lege bakjes het plein op om hun eigen diertjes te verzamelen. “Kom eens!” Roept Lies naar een van de kinderen. Twee jongens draaien zich om en kijken samen met Lies onder de deurmat. Tot haar eigen verbazing ligt er niks. “Je moet dingen optillen”, roept ze nog als de jongens alweer wegstuiven.


Met twee meisjes zoekt ze onder stenen, hopen bladeren en containers. ‘”Een bladluis!” “Een slak!”, klinkt het. De jongens zijn niet onder de indruk. “Wij hebben al acht mieren, we gaan denk ik sowieso winnen!” Als iedereen weer naar binnen moet, steekt een meisje uit een ander lokaal nieuwsgierig haar hoofd om de hoek. “Oh, hebben jullie biologie?” Die lessen lijken haar ‘soms ‘ ook wel leuk, zegt ze aarzelend zonder de beestjes uit het oog te verliezen, “maar ik ben niet zo van het slakken vasthouden.” “Oh, vind je het griezelig?” Vraagt Lies en steekt de slak onder haar neus. “Kijk eens hoe móói die is!”


Eenmaal binnen is er nauwelijks een centraal moment. De opdracht: Kijken en tekenen. Met loepen en potloden zijn de kinderen al bezig als Lies nog kopietjes uitdeelt van reusachtige plaatjes van pissebedden en oorwurmen. ‘Wow, oorwurmen!’. Aan wie er op dat moment luistert vertelt Lies dat een pissebed uit allerlei leden bestaat en elk lid twee pootjes heeft. “Dat kun je goed zien als je hem omdraait.”


Montessori
Centrale aandacht is er weinig. Als Lies praat, luisteren lang niet alle kinderen, en veel van wat de kinderen tegen elkaar zeggen, ontgaat Lies. Dat stoort haar niet. “Ik heb wel het idee dat mijn lessen rommelig zijn, maar de kinderen zijn wel állemaal bezig”, concludeert ze tevreden. “De kinderen vinden dit heerlijk”, knikt juf Susanne. “Nu mógen ze even.”


Lies is een fervent aanhanger van het montessori-onderwijs, waar kinderen veelal zelf kiezen waaraan ze behoefte hebben om te leren. In haar werkende leven gaf Lies vooral les op middelbare montessorischolen en na haar pensioen reisde ze twee keer per jaar naar Rusland om onderwijzers daar te leren hoe dit soort onderwijs in elkaar steekt. De vraaggestuurde manier van lesgeven past goed bij deze klas, denkt Susanne. “Het gaat Lies er vooral om dat de kinderen leren observeren.”


Zelf geeft Susanne haar klas les volgens het TASC-model, dat staat voor Thinking Actively in a Social Context. In themaperiodes van zo’n zes weken doorlopen de kinderen steeds een onderzoekscyclus. Ze bedenken een zo scherp mogelijke onderzoeksvraag, zoeken er materialen en een plan bij, maken een taakverdeling en bedenken hoe ze het willen presenteren. Dat kan een Prezi zijn, een plattegrond of een muurkrant. Die laten ze bij de afsluiting zien aan de ouders en dat evalueren ze weer met de hele groep. Pas wanner ze hun werk hebben verbeterd, is het onderwerp afgerond.


“Dat model past goed bij deze kinderen omdat ze in de regel nieuwsgierig zijn en zelf richting kunnen geven aan hun leerproces”, zegt Susanne. “Lies is eigenlijk ook op eenzelfde manier gericht op onderzoek: diertjes opsporen, bekijken en zelf leervragen bedenken”, somt Susanne op. Lies: “Ik probeer niet alleen vragen te geven, maar ze op te roepen.”


Als Lies de kinderen zelf iets vraagt, gaat het deze les vooral over het aantal poten. Hoeveel poten heeft dit dier? Acht. En wat is het dan? Een spin. Precies. Bij zes poten is het meestal een insect en een pissebed heeft er heel veel, want dat is eigenlijk een kreeft. “En hoeveel poten heeft deze regenworm?”, vraagt ze een jongen. Hij kijkt haar een beetje gespannen aan en antwoordt nul. Ze schieten allebei in de lach.

 

Ouders zijn blij

Ook ouders zijn blij met de biologielessen. Ellien ten Cate, moeder van Conner uit groep zes, hielp een les mee om vetbolletjes voor vogels te maken. “Het past wel bij de kinderen dat ze interactief les hebben en zelf inspraak hebben waar ze mee bezig zijn”, zegt ze. “Omdat Lies gewend is oudere kinderen les te geven, is ze goed in staat om in te spelen op de behoeftes van deze kinderen.”


Lidwien Slothouwer krijgt van haar twee zoons uit groep 6 en 8 in de topklas ook enthousiaste verhalen te horen. De jongste hoopt dat ze binnenkort weer uilenballen mogen uitpluizen. Juf Lies geeft ruimte, maar kan ook streng zijn, vertelt Lidwien. Haar meest gedweeë oudste zoon is grappig genoeg eens door Lies terecht gewezen omdat hij een margrietje paars kleurde. Ze was verbaasd toen ze laatst bij het museum Corpus weer over juf Lies hoorde. In het museum, dat één groot menselijk lichaam verbeeldt, liepen ze langs een dwarsdoorsnede van het mannelijke geslachtsdeel en zagen ze een filmpje over zaad- en eicellen. “Uitgerekend mijn jongste zei toen dat hij dat allemaal al wist, omdat juf Lies dat had uitgelegd!”


Het onderwerp was er tussendoor geglipt, want eigenlijk geeft Lies geen les over het menselijk lichaam. Dat zullen de kinderen al genoeg krijgen op de middelbare school en ze wil geen gras wegmaaien onder de voeten van hun toekomstige docenten. Daarom kiest ze vaak voor onderwerpen die de kinderen zelf aandragen. Er zijn al honden en kippen van huis meegenomen. Eén les was helemaal leuk, herinnert Roos uit groep 6 zich nog. Een van de juffen van de school had een lammetje meegenomen. Verschillende klassen schoven aan in het gymlokaal om het beestje te zien rondhuppelen terwijl Lies uitlegde over schapen en wol. Ze demonstreerde er zelfs haar spinnenwiel, dat ze voor de gelegenheid had meegenomen.


“We gaan afronden”, roept Susanne. De beestjes mogen allemaal in de doosjes van Lies om mee te nemen naar haar tuin. Dat gebeurt mooi niet met Slimey, de slak van de meisjes. Na reacties als ‘uulll’ en ‘schattig’ hebben ze hem uiteindelijk een naam gegeven en willen ze Slimey weer terug op het schoolplein zetten. “Anders is-ie al zijn vrienden kwijt!”


Lies vraagt nog even de aandacht om te vertellen dat ze nu hebben gezien hoeveel verschillende diertjes er zijn. Als de kinderen het leuk vinden, kunnen ze dat thuis vaker doen. “Ja, dat deed ik vroeger altijd”, zegt een jongen. “Ik doe het nog steeds!”, zegt Lies. Zijn er nog wensen voor de volgende les? De suggesties worden door elkaar heen geroepen: stinkdieren, jungledieren, woestijnvossen. “Ik heb het niet verstaan”, zegt Lies en kijkt vragend naar Susanne.

 

Nabespreking les

Als de kinderen naar huis zijn bespreken de juffen nog even de volgende les. Susanne stelt voor om de vraag over woestijnvossen breder te trekken en te behandelen hoe vossen over de hele wereld zich aanpassen aan verschillende leefomstandigheden. Weet Lies daar iets over? “Internet weet alles”, reageert Lies.


Er is bovendien genoeg tijd om alles voor te bereiden, want ze heeft toch níets te doen, zegt ze later met rollende ogen. Ze vindt het maar niks dat ze geen maatschappelijke functie meer heeft. Hoe leuk de biologielessen ook zijn voor de kinderen en juf Susanne, zelf fleurt Lies er misschien nog wel het meest van op.

 

Gepubliceerd in Talent

 

ps: Lies is mijn oma :)