woensdag 12 maart 2014 / PO management /

Onderwijs

‘Nieuwsgierige leraren maken hun klas gelukkig’

Leraren kijken vaak vermoeid als er weer eens frictie is in de klas. Het ene kind wil niet naast het andere zitten bijvoorbeeld. Zucht, denkt de leraar, moeten we dat ook weer oplossen. Charlotte Visch ziet dat anders. Voor haar zijn deze botsingen juist gouden leermomenten.

‘Ik zag iets gebeuren, zagen jullie dat ook?’ zou ze aan de groep vragen. Ze bespreekt met de kinderen waarom zij iets deden en hoe zij zich daarbij voelden, zodat de hele klas kan meedenken over hoe dat anders kan. Vaak laat Visch de kinderen het moment opnieuw afspelen, maar dit keer mét respect en begrip voor elkaar.

In haar nieuwste boek Gelukkige kinderen in een gelukkige klas haalt ze meer van deze wisseltrucs uit. Een probleem wordt opeens nuttig. Zo betekent een grote klas voor Visch extra hersenpannen om oplossingen te bedenken. En een luidruchtige leerling is volgens haar een prachtige kans om andere kinderen te leren zich goed te concentreren.

Één voor allen, allen voor één
Zelf stond Visch twaalf jaar voor de klas. Ze schoolde zich bij tot orthopedagoog, werd later hypnotherapeut voor volwassen en ontwikkelde uiteindelijk haar eigen ‘integratieve’ kindertherapie, waar niet de methode, maar het kind centraal staat.

In haar met speelgoed overwoekerde spreekkamer hoort Visch kinderen vaak klagen over hun juf of meester. Daarom schreef ze Gelukkige kinderen in een gelukkige klas. Het staat vol voorbeelden van schoolklassen die Visch als ‘happy coach’ inschakelden, omdat de leerlingen een moeilijk jaar achter de rug hadden of niet ontspannen met elkaar omgingen.

Als de leerkracht bereid is te veranderen, kan de groepsdynamiek volgens Visch in een paar dagen al omslaan. De truc is om je nieuwsgierigheid niet te verliezen, legt ze uit. Er is namelijk altijd een reden achter het gedrag van een kind. Als je die individuele motieven steeds gezamenlijk bespreekt, worden ze voor alle kinderen duidelijk. De leerlingen zullen dan meer rekening houden met elkaar en bereid zijn samen problemen op te lossen: ‘allen voor één, één voor allen’.

Zo’n cultuuromslag vereist volgens Visch geen nieuwe lesmethodes. Haar boek richt zich juist op de momenten tussen de lesuren door. Ze raadt aan om bij elk wissewasje, zoals kinderen die niet bij elkaar willen zitten, actief op te treden als moreel kompas. Ze doet dat vooral rondom het speelkwartier. De tien minuten voor én na de pauze zijn ideale momenten om aan de hand van voorbeelden te praten over sociale vaardigheden en emotionele ontwikkeling.

Geen tijd
Daar heb ik toch helemaal geen tijd voor? Horen we elkaar al denken. Dat ligt eraan, zegt Visch. Sommige leraren die haar tips opvolgden, hebben nu juist tijd over. Bovendien is voor Visch de keus snel gemaakt: “Het is de vraag in hoeverre je in de toekomst nog moet kunnen spellen en rekenen, maar respectvol omgaan met jezelf en anderen zal altijd nodig zijn.”

Visch bespaart tijd door verschillende lessen te combineren als dat goed aansluit op de belevingswereld van de kinderen. Zo begon ze eens een lesje over gezegdes toen een jongen uit frustratie bovenop een kast ging zitten. ‘Op de kast jagen’ was een mooi beginpunt, zo kwamen ze vanzelf terecht bij andere uitdrukkingen.

‘En frustatie, wat is dat eigenlijk?’, vraagt Visch de kinderen vervolgens. Voor ze het weten gaat het gesprek over gevoelens , en waar die eigenlijk zitten in het lichaam. ‘Buikpijn van de zenuwen’, komt voorbij, en ‘gal spuwen’. Zo slaat ze drie vliegen in één klap: biologie, taal én emotionele ontwikkeling. En dat ook nog eens op het moment dat de kinderen ervoor open staan.

Het vereist nogal wat creativiteit, geeft Visch toe, maar daarvoor heeft ze praktische tips. Ze beschrijft bijvoorbeeld gedetailleerd haar ‘snelkookpan’-methode. Leerlingen worden uitgedaagd om zoveel mogelijk sommen te maken in vijf minuten en daarbij niet elkaars, maar hun eigen persoonlijke record te verbeteren.

Het stimuleert zelfverbetering en is effectiever dan de normale lesprogramma’s van een uur rekenen en een uur taal, denkt Visch. Kinderen stellen zich daar vaak automatisch op in, je ziet ze overschakelen in de laagste versnelling om het een uur vol te kunnen houden. Liever presteren ze een paar minuten op hun top, dan heb je daarna weer tijd voor leuke dingen.


Ssst
Sommige adviezen van Visch zijn even simpel als controversieel. Zet vriendjes naast elkaar, luidt er één. Leraren zijn vaak bang dat kinderen elkaar dan afleiden, maar steeds moeten opletten of je vriendje nog wel bij jou hoort, is nog veel afleidender.

En roep vooral niet constant ‘ssst’, adviseert Visch. Sowieso weet je dat je verkeerd bezig bent als je steeds hetzelde doet zonder effect, probeer dan alsjeblieft iets anders. Je kunt zeggen dat je merkt dat wat je vertelt waarschijnlijk saai is en vragen of ze desondanks nog even stil willen zijn voor jou. De kinderen voelen zich dan begrepen. Dat scheelt al een hoop.

Hetzelfde begrip toont Visch aan de jongen die uit frustratie op de kast gaat zitten. Hij bonkt met zijn benen tegen de deur en stoort de hele klas. Visch gaat naar hem toe en vraagt wat hij aan het doen is. Een domme vraag, merkt ze aan het antwoord: ‘Dat zie je toch?!’ Visch knikt: ‘Ik zie ook dat het belangrijk voor je is. Als je klaar bent, kun je weer gaan zitten.”

De andere kinderen heeft ze al eerder voorbereid op dit soort situaties. Ze heeft uitgelegd dat als ze later gaan studeren, ze misschien moeten lezen in een onrustige trein. Om je goed te kunnen concentreren, moet je dan je buiten-oren dicht doen en je binnen-oren open.

Ze hebben het geoefend door met de ene helft van de klas treingeluiden te maken en met de andere helft te rekenen. Wie maakt de meeste sommen, ondanks al dat lawaai? De luidruchtigste kinderen uit de klas komen nu goed van pas. Zo ook de jongen boven op de kast. Visch draait het probleem weer mooi om. ‘Een goede oefening, jongens’, zegt ze, ‘buiten-oren dicht en binnen-oren open.’

Charlotte Visch als happy coach
Charlotte Visch (1956) werkte twaalf jaar als leerkracht in het Primair Onderwijs en studeerde orthopedagogiek. Later deed ze een opleiding hypnotherapie en werkte vier jaar in een zelfstandige praktijk voor volwassenen. Tot ze weer besloot zich op kinderen te richten.

Omdat de ‘verzuiling’ in de kindertherapie haar tegenstond, ontwierp Visch in 1996 haar eigen 'integratieve kindertherapie’. Momenteel runt ze de praktijk Child Consult, geeft les aan de Nederlandse Academie voor Psychotherapie en schrijft boeken. Eerder verschenen De sleutel tot je kind, Angst-Wegwijzer en
Kofferkinderen.

Visch kan ingehuurd worden om als happy coach een paar ochtenden met een klas te werken. Daarnaast geeft ze negendaagse cursussen voor leraren. Daarin bespreekt ze elke woensdagmiddag hoe kinderen in elkaar zitten en hoe oudergesprekken efficienter kunnen. ‘s Avonds gaat het over de eigen klassen van de cursisten.

Oude koeien en hersenpannen
Met de klas een nieuwe start maken? Teken op het bord een grote rivier waar allerlei stroompjes in uitmonden. Elk stroompje is één leerling. Op de rivier zitten roeiers en kanoërs. Roeiers kijken achteruit om ‘ oude koeien’ op te lossen, kanoërs kijken juist vooruit met ideeën voor de toekomst. Kennen de kinderen typische kanoërs en roeiers ? In een groep zijn ze allebei even hard nodig.

Elk kind krijgt twee kaarten met een plaatje van een oude koe en een hersenpan. Hierop mogen ze invullen wat zij zien als problemen die nog moeten worden opgelost en welke goede plannen zij hebben voor de toekomst.

Als de kaarten gedurende de week allemaal in een laatje zijn gelegd, zal de groep er samen over praten. Zo worden alle klasgenootjes gehoord en kan de groep gezamenlijk werken om het einde van de rivier te bereiken. Daar staat namelijk een schatkist, met daarop de naam van de klas.

 


Foto: Raymond van der Knaap

Gepubliceerd in PO Management