vrijdag 15 september 2017 / VM /

Duurzaamheid

'Verbinding gebeurt bij ons heel letterlijk'

Het Groene Brein wil de overgang naar de nieuwe economie versnellen. Daarom werken 120 wetenschappers aan interessante vraagstukken uit het bedrijfsleven, overheid en onderwijs.

 

Duurzame vraagstukken overstijgen vaak meerdere disciplines. Een voorbeeld is het bedrijf Interface dat besloot om vloerbedekking te maken van oude visnetten. De visnetten worden massaal gedumpt in de Filipijnse zee. Om daarvan tapijt te maken, is veel kennis nodig uit verschillende hoeken. Hoe richt je een fabriek in? En met welk businessmodel verdeel je de opbrengst uit de opgeviste netten eerlijk tussen de dorpsbewoners?

 

Voor duurzame oplossingen kunnen bedrijven aankloppen bij Antoine Heideveld en zijn netwerk van 120 inhoudelijk wijdverspreide wetenschappers: Het Groene Brein.


Interdisciplinair
Als student biologie vond Heideveld twintig jaar geleden zijn studiestof al te ver afstaan van de rest van de maatschappij. “Ik leerde bijvoorbeeld alles over planten, maar niet over de bodem”, zegt hij, “hoewel tussen die twee toch heel veel interactie is.” Om meer duurzaamheid en interdisciplinariteit in de studie te krijgen, startte hij de organisatie Studenten voor Morgen, die nog altijd bestaat. Later stond Heideveld aan de wieg van verschillende andere duurzame onderwijsorganisaties. Zo bouwde hij gestaag zijn eigen netwerk op van maatschappelijk betrokken wetenschappers.


Overheidsloketten
Heideveld hoorde over de plannen van Interface in de Filipijnen toen hij als programma manager werkte bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Samen met andere bedrijven uit het duurzame bedrijvencollectief De Groene Zaak vroeg Interface de overheid naar een manier om over meerdere disciplines heen in aanraking te komen met wetenschappers. Heideveld: “R&D-afdelingen van bedrijven hebben niet zomaar een antwoord op zulke brede vragen. Hetzelfde geldt voor overheidsloketten of adviesbureaus. Ze opereren vaak binnen één sector.”


Verkennen

Vanuit zijn baan bij de overheid mocht Heideveld twee dagen per week op verkenning. Hoe konden wetenschappers uit verschillende disciplines helpen bij complexe vraagstukken over de nieuwe economie? Hij peilde bij bedrijven wat ze nodig zouden hebben en vroeg de wetenschappers uit zijn netwerk wanneer ze mee zouden willen werken. Toen het plan levensvatbaar bleek, nam hij ontslag en begon hij in november 2012 als directeur van Het Groene Brein.


Stichting ontzorgt

Het Groene Brein werd een stichting, geen vereniging, al worden de aangesloten wetenschappers wel leden genoemd. “Onze wetenschappers zijn drukke mensen met soms een 100-urige werkweek. Zij willen alleen komen als het interessant is. En dat is het niet als je een jaarrekening bespreekt.” Hij zorgt dat een bureau met vier medewerkers, inclusief hijzelf, alles goed aanzwengelt om de wetenschappers zoveel mogelijk te ontzorgen. De Leden betalen niet voor een lidmaatschap en werken doorgaans op vrijwillige basis mee.


Projectbasis
Als er een vraag binnenkomt van bedrijven, onderwijsinstellingen of overheidsorganisaties, legt Heideveld die voor aan de leden. Vaak krijg Heideveld reactie van drie, vier of vijf mensen, soms van twintig. Heideveld selecteert streng op de vragen die hij uitzet. Om wetenschappers enthousiast te houden, mailt hij alleen uitdagende en vernieuwende vragen door. Dat komt neer op wekelijkse mails met een of twee vragen. Die wekelijkse mails wekken geen irritatie bij wetenschappers, zegt Heideveld. “Het zorgt juist voor meer commitment. Ze verwijzen vragen ook door als een project beter bij iemand anders past. En er zit geen enkele verplichting aan. Als je niet geïnteresseerd bent, reageer je niet.” Een project gaat pas van start als een interdisciplinair team van wetenschappers ermee aan de slag wil.


Varkenshouders
Voor de meeste projecten hoeven adviesvragers niet te betalen. Veel projecten zijn interessant genoeg voor wetenschappers en kosten niet veel tijd. Een paar varkensboeren wilden bijvoorbeeld als kleine familiebedrijven duurzamer worden en levensvatblaar blijven zonder alles 100 procent biologisch te doen. “Voor een biologisch keurmerk heb je een aantal overstapjaren nodig en dat is financieel soms lastig”, legt Heideveld uit. De varkensboeren vroegen om een inhoudelijk kloppend plan met een interessant verdienmodel. Heideveld zette de vraag zo uit via de mail dat hij alle relevante disciplines benoemde. Dat leverde reactie op van zo’n tien wetenschappers, waaronder een bioloog, een expert businessmodellen en een socioloog, om bijvoorbeeld te adviseren over de communicatie met buren. Die klagen vaak over stank en andere overlast. De wetenschappers verzamelden bestaande kennis en kwamen drie of vier keer samen met een aantal varkenshouders om mogelijke oplossingen te bespreken. Het Groene Brein bracht er niets voor in rekening.


Uitdagend

In principe doen wetenschappers mee op vrijwillige basis, omdat ze een wetenschappelijke meerwaarde willen hebben. Aan veel projecten kunnen ze werken binnen hun dienstverband bij een universiteit of onderzoeksinstituut, net als Heideveld in de verkennende fase van Het Groene Brein deed bij de overheid. Heideveld: “Omdat het om brede vragen gaat, kunnen wetenschappers ze goed koppelen aan hun eigen onderzoek. Voor hen is interdisciplinair samenwerken ook interessant, want dat is nog steeds niet makkelijk binnen de wetenschap.”


Open verbinden
Dat Het Groene Brein goed loopt, komt door de openheid, denkt Heideveld. Aanvankelijke koos hij zelf welke wetenschappers geschikt zouden zijn voor een project en benaderde hij hen direct. Maar dat kostte hem tijd als iemand nee zei en hij een ander moest benaderen. Nu doet hij dat niet meer en is het werk leuker. “Mensen zeggen niet meer ‘ja’ puur omdat ik ze benader. Ze willen het echt. En als er niemand reageert, doen we het niet, want we gaan het ook niet vanuit het bureau doen.” Misschien iets waar verenigingen van kunnen leren. Bijvoorbeeld in een sportclub, waar Heideveld meekijkt, ziet hij het gebeuren. “Een klein groepje mensen bepaalt dat er vast wel iemand wil schoonmaken. Maar als je het niet samen bedenkt, voel je je er ook niet bij betrokken.”

 

Verbinden ziet hij bij uitstek als een taak voor verenigingen. “Het is geen sexy woord in Nederland”, zegt hij erbij. “Daarom gebeurt het te weinig. Verbinden klinkt abstract, maar Het Groene Brein verbindt heel concreet een mkb’er met de juiste wetenschappers.” Dat lukt omdat Heideveld heeft geleerd de controle los te laten. “Als er geen reactie komt op een vraag, was het blijkbaar geen goede vraag.”


Selecteren en ontwikkelen
Binnenkomende vragen moeten dus uitdagend en vernieuwend zijn. “Als het maar interdisciplinair is en een maatschappelijke meerwaarde heeft, met de Sustainable Development Goals als het verbindende element ”, vat Heideveld samen .”Die focus trekt gevestigde en jonge wetenschappers. De vragen worden zoveel mogelijk gekoppeld aan lopende onderzoeken bij universiteiten. Blijkt het relatief veel tijd te kosten om een vraag te beantwoorden of past het beantwoorden niet binnen bestaande projecten dan wordt in overleg met de aanvrager bekeken hoe en of er budget vrijgemaakt kan worden of subsidie aangevraagd.


Soms start Het Groene Brein zelf projecten op, zonder hulpvraag vanuit bedrijven. Heideveld vroeg een paar jaar geleden aan de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek NWO om een onderzoeksprogramma voor duurzame businessmodellen. De stichting legde uiteindelijk 2 miljoen euro neer voor onderzoeksaanvragen. Dat budget is er niet alleen voor wetenschappers van het Groene Brein, en wordt onafhankelijk van de stichting beheerd. “Dat houdt het overzichtelijk.”


Ondernemend blijven

Elke maand moet Heideveld zorgen dat er genoeg geld is voor de vaste lasten, zoals de contracten van de vier man op het bureau en de vergadertoeslagen voor de zes leden van de Raad van Toezicht. Dat lukt tot nu toe makkelijk. Het Groene Brein heeft een omzet van rond de acht ton en ziet dat al snel naar de miljoen groeien. Het is heerlijk om zonder subsidie of betalende leden te werken, vindt Heideveld. “Dan moet je heel dynamisch blijven en steeds proactief op zoek gaan naar nieuwe concrete ideeën. Het houdt je scherp, je moet het ondernemend doen.” Heideveld is niet van plan om Het Groene Brein veel te laten groeien. “Van een miljoen omzet kun je ook 20 mensen in dienst nemen, maar dan ben je niet meer flexibel.” De 120 leden kennen nu altijd wel iemand van het bureauteam persoonlijk. Met 200 leden zou dat volgens Heideveld al moeilijker worden. “Mensen moeten feeling hebben met iedereen in het netwerk.”


Rondom Het Groene Brein is het netwerk bovendien veel groter. Leden tippen vaak wetenschappers buiten de stichting om mee te werken aan een project. Die worden lang niet altijd lid als ze zich bij een project aansluiten. Heideveld werkt veel samen met zzp’ers, met de Groene Zaak en met MVO Nederland.


Jong talent
Aan veel projecten werken ook studenten mee. Het Groene Brein zette een programma op om startups te begeleiden en de webshop Looped Goods waar ze duurzame producten kunnen aanbieden. Samen met andere organisaties startte Het Groene Brein ook de website springtalents.nl, voor jongeren in Nederland die meer willen doen met duurzaamheid en circulaire economie. Het platform koppelt hen aan bedrijven voor een duurzame stage of startersfunctie. “We zoeken vernieuwing op. Dan is het niet moeilijk om mensen te vinden.”

 

Een miljoen omzet
Om Het Groene Brein op weg te helpen investeerden vier of vijf founding fathers uit De Groene Zaak 15.000 euro. Voor arbeidsintensieve projecten betalen bedrijven zelf of wordt een aanvullend bedrag gevraagd aan bijvoorbeeld de overheid. De bijna miljoen omzet per jaar gaat voor het grootste deel naar samenwerkende partijen zoals de Groene Zaak of MVO Nederland. Verder gaat een deel naar de vaste contracten van de vier man op het bureau, inclusief Heideveld zelf. De controlerende Raad van toezicht – met zes leden uit de wetenschap, het maatschappelijk middenveld en de bedrijfswereld - krijgt per vergadering een toeslag. “Ik moet als directeur dus zorgen dat we genoeg liquide middelen hebben”, zegt Heideveld. “Tot nu toe lukt dat zonder al te veel stress of gedoe.”

 

Gepubliceerd in VM