vrijdag 8 april 2011 / Trouw /

Duurzaamheid

Trotse uitblinker in de scheepvaart

Zakenvrouw van het Jaar Thecla Bodewes staat aan het hoofd van een familiebedrijf, een scheepswerf. Volgens haar zijn schepen de schoonste vervoermiddelen, maar het kan altijd nog beter. In haar bedrijf wordt vooral gewerkt aan duurzaamheid. Goed voor milieu én reder.

 

Thecla Bodewes, zakenvrouw van het jaar 2011, is laat. Op haar kantoor in het Overijsselse Hasselt haalt medewerker Douwe Visser verontschuldigend zijn schouders op. "Ze kan overal zijn. Altijd aan het netwerken."

 

Hij kijkt uit over de scheepswerf Bodewes. Een enorme boot hangt een paar meter boven de grond. Vonken spuiten er onder vandaan.

Aan de muur van het kantoor houden twee geschilderde mannen het werk goed in de gaten. De vader en opa van Thecla, legt Douwe uit.

 

Al snel verschijnt zij ook zelf op de werf. Ontspannen, met een grote lach op haar gezicht. De prijs Zakenvrouw van het Jaar 2011 kreeg Thecla Bodewes (43) vorige maand overhandigd door minister-president Mark Rutte.

 

Erg persoonlijk lijkt ze haar nieuwe titel niet te nemen. Ze wijst meteen naar 'haar jongens' op de werf en bombardeert de prijs tot een belangrijke erkenning van maritiem Nederland. Want dat is waar ze het allemaal voor doet.

 

"Nederland is een trotse uitblinker in de scheepvaart. En dat kan nog veel beter", vindt Bodewes. Ze wil graag dat Nederland meer gebruik maakt van de duurzaamheid van schepen.

 

"Boten verbruiken minder brandstof en stoten 5 tot 6 keer minder CO2 uit dan een vrachtwagen. Bovendien staan ze niet in de file." De scheepvaart is volgensBodewes zelfs het schoonste vervoermiddel. "Dat moet alleen nog bekend worden."

 

Daar doet Bodewes haar best voor. Met haar mannen bouwt, verbouwt en repareert ze bijna alle soorten schepen zo duurzaam mogelijk. Scheepswerf Bodewes bouwde bijvoorbeeld deels de draagvleugelboot die van Amsterdam binnen 25 minuten naar IJmuiden vaart.

 

De vleugels tillen het schip bij een hoge snelheid uit het water en dat zorgt voor minder weerstand. Ook de rondvaartboot op waterstof in Amsterdam komt van Bodewes. "Een heel leuk bootje zonder enige uitstoot", legt ze uit. "En het enige dat je hoort, is opspattend water. Dat is soms nog wel eens lastig. Je hoort niet eens of de motor nou wel of niet aan staat."

 

Volgens Bodewes moet Nederland voorop lopen in duurzame scheepsbouw. "We zijn nog steeds het bekende scheepsland uit de 17de eeuw. Nederland heeft de meeste schepen en de grootste haven van Europa.

 

De doorvoer naar Duitsland is groot en gaat nog uitbreiden met de tweede Maasvlakte. Iedereen in de Nederlandse scheepvaart is dan ook heel trots. Ze voelen zich meer collega's dan concurrenten."

 

Zo ook Bodewes. Al haar hele leven wist ze dat ze de scheepsbouw inging. Ze studeerde scheepsbouwkunde in Haarlem en nam op haar dertigste de ruim twee eeuwen oude Bodewes-werf over van haar zieke vader.

 

Vanuit Amsterdam verhuisde ze naar het oude familiehuis er vlak tegenover, met haar man en drie kinderen. Hij werkt drie dagen in de week, zij meer dan veertig uur.

 

"In combinatie met mijn gezin is dat gewoon een kwestie van goed organiseren. Dat kan gelukkig goed met een eigen bedrijf. Als mijn kind bijvoorbeeld plotseling op zijn tanden valt, kan er altijd iets geregeld worden.

 

"Verder weten mijn kinderen heel goed dat ik er niet vaak ben, maar daar krijgen ze wel een lachende moeder voor terug. Dat zeggen ze zelf."

 

Bodewes begon met het moderniseren en intensiveren van de scheepswerf. "Tot grote vreugde van de medewerkers", vertelt Bodewes. "Zij zijn slim en vinden het leuk om nieuwe dingen te proberen. Dat doen we dus samen."

 

Zelf vindt Bodewes eigenlijk alles leuk wat op haar pad komt. Visser kan dat beamen. "Ze neemt alles aan", zegt hij terwijl hij een grote loods binnenloopt waar een lange, smalle sloep wordt verbouwd. "Deze heeft ze gekocht omdat ze er een leuke horecaboot van wil maken." Hij lacht. "Ze ziet het allemaal zo voor zich. Soms zelfs iets te veel."

 

"Dat is het leuke aan een eigen bedrijfje", vindt Bodewes. "Maar ik heb inmiddels wel behoorlijk wat leergeld betaald voor innovaties die ik halverwege moest afbreken. Bij elk nieuw idee ga je op een gegeven moment twijfelen of het wel goed gaat. Dan moet je óf zo snel mogelijk stoppen óf als een idioot doorgaan."

 

Welke projecten ze heeft gestopt, wil Bodewes niet zeggen. "Veel dingen wil ik ook nog niet opgeven. Die staan gewoon in de kast, de markt was er bijvoorbeeld nog niet klaar voor."

 

Zo verging het ook haar lichtgewicht schepen. Toen ze deze begon te bouwen, werden het gekscherend weggooischepen genoemd. Nu worden ze overal gewaardeerd omdat ze meer kunnen vervoeren met een zelfde motor.

 

Weggooischepen zal Bodewes niet snel bouwen. De lange levensduur van boten is volgens haar juist een belangrijke, duurzame factor in de scheepsbouw. Ze wijst naar het grote schip op de werf.

 

De boot komt uit Australië en laat hier kleppen inbouwen voor het storten van stenen. "Dit schip is nog helemaal gaaf, hoewel het in 1960 gebouwd is. Dat is met vrachtwagens wel anders. Die moeten na minder dan tien jaar al vervangen worden."

 

Bodewes wil met duurzame aanpassingen behalve het milieu ook de kosten voor de rederij of schipper sparen. Een win-win situatie. "Het is niet automatisch zo dat een techniek voor minder uitstoot ook leidt tot minder brandstofverbruik.

 

Veel motoren in vrachtwagens en de scheepsbouw gebruiken zogenoemde roetfilters. De motor filtert dan zichzelf, maar dat kost wel extra brandstof. Daar ben ik op tegen. Het is niet nodig.

 

"Ik krijg vaak telefoontjes van schippers en rederijen die zeggen dat onze technieken echt zoden aan de dijk zetten. De prijzen gaan omlaag. Daar doe ik het voor. Ik wil graag iets betekenen voor de hele maritieme wereld."

 

In 2050 denkt Bodewes dat er überhaupt geen schadelijke uitstoot meer nodig is. "De ontwikkelingen gaan zo hard. Nu al rijden bussen in verschillende steden op slaolie en zijn waterstofbussen heel normaal."

 

In de toekomst moeten weg- en waterverkeer volgens Bodewes veel meer gaan samenwerken en de taken duidelijk verdelen. "De weg is er voor de korte afstanden en de scheepvaart voor langere stukken."

 

Bodewes kijkt met een glimlach voor zich uit. Ze ziet het vast al helemaal voor zich.

 

Duurzame scheepvaart

Omdat boten grote volumes kunnen verschepen stoten zij per ton per kilometer 5 tot 6 keer minder CO2 uit dan vrachtwagens. In een klein schip passen al 14 vrachtwagens. Boten gebruiken daarom ook minder brandstof dan wegvoertuigen.

 

Wat betreft fijnstof zijn boten wel viezer dan het meeste vervoer over land. Ze stoten meer zwavel en roet uit, wat slecht is voor onze gezondheid.

 

De levensduur van schepen is langer dan die van voertuigen op de weg. Vrachtwagens worden bijna niet ouder dan tien jaar. Schepen gaan makkelijk zestig jaar mee.

 

Verder zijn de waterwegen natuurlijk schoner dan asfalt. De vaarwegen in Nederland kunnen bovendien nog zo'n 100 tot 500 procent meer verkeer aan. Alles arriveert dus op tijd en de kans op ongelukken is klein.

 

De trein staat wel boven de scheepvaart in milieuvriendelijkheid. Treinen stoten minder CO2 uit dan boten en hebben ook een levensduur van tientallen jaren.

 

Bodewes in Nederland

In 2009 telde de Nederlandse maritieme industrie 12.000 bedrijven die samen 26 miljard euro omzetten. De scheepsbouw droeg daar 7,3 miljard aan bij.

 

Drie van deze scheepsbouwondernemingen zijn van Thecla Bodewes: scheepswerf Bodewes in Hasselt, scheepswerf De Kaap in Meppel en Maritima Green Technology. Het laatste bedrijf houdt zich bezig met het ontwikkelen van nieuwe technieken. Met in totaal 75 medewerkers repareert, bouwt en verbouwt Bodewes allerlei soorten schepen.

 


Foto: Job Boersma

Gepubliceerd in Trouw