dinsdag 12 december 2017 / Mens en Natuur /

Duurzaamheid

Op pad in de nacht

Het is een druilerige zaterdagmiddag en het kan elk moment donker worden. Wie zou er nu willen wandelen? Drie IVN-natuurgidsen kijken op de parkeerplaats voor hotel Duinoord in Wassenaar verwachtingsvol om zich heen. Het is het startpunt van de wandeling ‘van Schemer naar Duister’, die zes tot acht keer per jaar plaatsvindt in de Zuid-Hollandse Duinen. “Mensen blijven maar komen, dus gaan wij door met organiseren”, zegt Els, die de wandeling zelf al vaak heeft geleid.


Zo ook deze regenachtige novemberdag. Terwijl de bomen nog nadruppen groeit de groep zo groot dat hij wordt opgesplitst. Twee clubjes van acht trekken de duinen in, een gebied waar de mens op verschillende manieren de natuur heeft beïnvloed, zullen de gidsen onderweg vertellen. Deelnemers zijn vooral gekomen uit nieuwsgierigheid. In hun eentje zouden ze in het donker niet zo snel de natuur in dwalen. De jongste deelnemer Sil, een blonde jongen, komt voor iets specifiekers. Hij deed al vaker activiteiten met de millieuclub in Oegstgeest, vertelt zijn vader. “En laatst op school deden we het duinenspel”, vult Sil aan. “Toen vond iemand een vogelskeletje”. Hij speurt geconcentreerd de grond af.

 

Koeler en stiller
De duinen werden lang gebruikt als waterzuivering, begint gids Els. “Gelukkig maar, anders was het hier nooit zo onbebouwd gebleven.” Ze leidt de groep het bos in. Het ‘lekkere ritselen’, waar ze op hoopte, is door de regen helaas verstomd. De groep loopt over een zacht oranje bed van zand, natte bladeren en dennennaalden. “Die dennen horen hier eigenlijk niet thuis”, vertelt Els verder. Ze werden ooit aangeplant voor de mijnbouw. Nu dient het bos nog wel voor hout, maar wordt het flink uitgedund. “Misschien wel jammer, want inmiddels horen de dennen hier eigenlijk wel weer thuis”, vindt Ant. Ze is de tweede gids van de groep, nog in opleiding bij IVN.

Nachtwandelingen zijn populair in Nederland, meldde NRC in september. Niet alleen binnen IVN, maar ook bij andere natuurorganisaties. In de avond vallen hele andere dingen op dan overdag. “Let maar op hoe je het koeler en stiller voelt worden”, zegt Els. Ze heeft inmiddels verschillende dennenappels verzameld met verschillende vraatsporen. “Dit deed bijvoorbeeld een muis”, Els steekt een keurig afgeslankte dennenappel omhoog. “Die eet altijd netjes.” Ze houdt er een gehavende dennenappel naast. “Hier hebben we er één waar flink op is ingehakt door een specht, op zoek naar de zaadjes.” “En eekhoorns?” vraagt iemand. “Die zijn hier niet”, zegt Els. “Maar die zouden het bovenste pluimpje achterlaten.”

 

De eerste paddenstoel is gespot: een elfenbankje. Iets verderop wijst Ant op de grote parasolzwam en tikt ze wolken tevoorschijn uit een paar stuifzammen. Sil heeft nog een andere soort gevonden: hele kleine, oranje-kleurige. Iedereen komt kijken wat het precies is. Sil is ondertussen al lang weer verder gelopen met zijn blik op de grond. Nog steeds vastberaden op zoek naar een skeletje.
Je hoeft niet van alles de soortnaam te weten, vindt Ant. Soms merkt ze het wel eens bij een wandeling. “Zodra mensen weten hoe iets heet, zijn ze klaar en lopen door. Maar ook zonder namen kun je genieten van wat je ziet.” Ze raadt de wandelaars aan om ook even naar de verschillende mossen te kijken, die met sterretjes bijvoorbeeld.

 

Expres geen lampen

Als de groep weer verder loopt, reikt het zicht steeds minder ver. De schemering valt in. “Dat gaat veel langzamer dan je normaal merkt”, zegt een vrouw die samen met haar ouders is gekomen. “Vaak ga je ergens naar binnen, kom je buiten en is het donker. Maar dat gaat dus helemaal niet zo snel.”
Dat komt ook omdat je veel beter kunt zien in het donker dan je denkt, vertellen de gidsen. Als je er aan went tenminste. Daarom hebben ze expres geen lampen mee. Alleen in het voorjaar zijn er lichtjes om de rugstreeppadden te bekijken, die hier dan hun eitjes in het water leggen.


Aan de rand van het bos kijken de wandelaars plotseling uit over de duinen. Ze zien sporen van reeën en konijnen, wijst Ant. “Maar de meeste zijn gewoon van honden.” En er is nog een ander soort spoor, van het 'duivels naaigaren'. Ant: “Zie je die sprietjes uit het zand in kaarsrechte lijnen lopen?” Els graaft op haar hurken een wortel op. “Heel stevig hoor”, laat ze zien als ze eraan trekt. “Een super-overlever.” Maar wel eentje die het verstuiven van de duinen lastig maakt. Het is de bedoeling dat de duinen zich door de wind langzaam verplaatsen, maar met hun lijnen naaien deze planten ze gewoon weer vast.


De wandeling loopt verder langs de duinrand. “Misschien zien we wel een vos wegschieten”, zegt Els onheilspellend. “Stil zijn. En kleintjes voorop.” Sil stapt dapper naar voren. Eenmaal vooraan begint hij langzamer te lopen en kijkt hij aarzelend achterom. Het wordt steeds donkerder. “Zal ik achter je lopen?” Vraagt Ant. Samen gaan ze verder, maar de vossen laten zich niet zien.

 

Thee van dennennaalden
Bij een volgende open plek is iedereen enthousiast. Vanuit een grote plas steken bomen omhoog. “Wat mooi, het lijkt wel een mangrove!” klinkt het. Aan de dode bomen kun je zien dat er iets is veranderd, zegt Els. De bomen werden groot op het droge en overleven het niet dat er water is binnengelaten. Door de verscheidenheid in de duinen - nat én droog - leven hier veel verschillende planten en dieren. Nationaal park Hollandse Duinen is vorig jaar verkozen tot een van de mooiste drie natuurgebieden van Nederland. Om het gebied goed op de kaart te zetten wil het park in 2018 maar liefst vijfduizend verschillende soorten aanwijzen die hier leven.


Els plukt een muntplantje rondom de plas en zegt dat ze een thermoskan heet water mee heeft om wilde muntthee te maken waar iedereen straks van mag proeven. In het voorjaar doet ze dat met dennennaalden. “Die geven dan een heerlijke smaak en zitten vol vitamine C.”


Als de groep verder wandelt laten de golven zich horen en zwelt de wind aan. Voeten zakken steeds verder weg in het zand. Boven op de laatste duinpas kijkt de groep uit over het strand. In de donkere verte beweegt het witte schuim op de golven en schijnen lampjes. Dát zijn schepen, en dáár ligt Scheveningen, wijzen Ant en Els.
“Merken jullie dat het inmiddels helemaal donker is?”, vraagt Els. Onderzoekend kijken de deelnemers om zich heen. Ze kunnen nog prima zien. En dat terwijl de volle maan achter de wolken schuilt. Donker blijkt inderdaad een stuk minder donker dan je zou denken.

 

Gepubliceerd in Mens en Natuur.