maandag 4 mei 2015 / Nieuworganiseren.nu /

Duurzaamheid

MidWest: Vastgoed voor de buurt

Anita Groenink draagt als sociaal ondernemer zorg voor oud schoolgebouw MidWest. Vastgoed kan veel voor de buurt betekenen, vertelt ze.

 

Anita Groenink kijkt bezorgd onder de picknicktafel: ‘Mies, wat ben je aan het doen?‘ zegt ze tegen haar puppy die een schoen aanvalt. Ze zit tussen de net aangeplante fruitbomen in de zonovergoten tuin van MidWest. Het oude schoolgebouw in Amsterdam West is Groenink’s grote project van de afgelopen jaren.

 

Ik geef om de Jan Eef

Vanaf 2010 veranderde Groenink van een freelance communicatieadviseur die toevallig met haar gezin om de hoek woonde in een sociale ondernemer die van alles voor haar buurt wilde doen. Dat begon toen een juwelier in de Jan Evertsenstraat werd doodgeschoten bij een overval. Groenink hoorde dat ’s ochtends op het nieuws en werd boos, niet alleen op de overvallers, maar ook op de buurtbewoners en zichzelf. Ze meed de ongezellige straat – veel lege winkels en groepjes mannen – immers al lang door regelmatig om te fietsen.

Dat zette ze nu in perspectief: ‘Zit ik hier voor een pittig uurtarief te schrijven over de reputatie van bedrijven, terwijl de pleuris uitbreekt in mijn eigen buurt!’. Dezelfde avond nog verzamelde ze een groepje professionals van het schoolplein bij elkaar om bewoners te stimuleren zélf verantwoordelijkheid te nemen voor een prettige leefomgeving.

Het nieuwe collectief ‘Ik geef om de Jan Eef’ zorgde ervoor dat een dag lang alle winkeltjes in de Jan Evertsenstraat open waren, met pop-up stores in lege panden, en dat de burgemeester thema-boodschappentassen uitdeelde. Het werd zo’n succes dat Groenink door allerlei organisatie werd uitgenodigd om te vertellen hoe ze dat nou had gedaan.

Ondertussen begon Anita alweer aan een volgend buurtproject: MidWest. Vanaf de picknicktafel kijkt ze nu glunderend omhoog naar de golvende bakstenen muren uit de tijd van de Amsterdamse School-architectuur. ‘Een prachtig gebouw’ vindt ze. ‘Maar het heeft nog wel veel onderhoud nodig’. Groenink en haar compagnon Nathalie van Hoeven dragen daar nu zorg voor terwijl ze het oude schoolgebouw omtoveren tot waardevol centrum voor de buurt.

Wat kan een gebouw doen voor de buurt?

‘We verhuren de klaslokalen als kantoorruimtes voor bedrijven uit de omgeving. Met een passer hebben we een rondje op de kaart getrokken als denkbeeldige grens. Alle bedrijven die hier zitten moeten ook ongeveer een uur per week iets terugdoen. Een éénpitter zei bijvoorbeeld dat ze het heerlijk vond om af en toe de wc’s te poetsen en een ander bedrijf stelt zijn geluidsapparatuur beschikbaar als dat nodig is.

‘Verder gaat het vooral om ontmoetingen die anders niet hadden plaatsgevonden. De oude tegeljungles rondom het gebouw veranderen langzaam in prachtige tuinen die straks open zijn voor iedereen en de gymzaal wordt een buurtkantine. Iedereen is welkom om hier wijkbijeenkomsten te organiseren. Bovendien stimuleren de bedrijfjes hier de lokale economie. De Surinaamse toko waar ik vaak een broodje haal vertelde me laatst dat hij tegenwoordig al om elf uur in plaats van vier uur opengaat.’

Hoe is je relatie met de gemeente?

‘Ik heb als freelancer in de communicatie best moeilijke opdrachten gehad in crisissituaties, maar met de gemeente samenwerken is ook erg ingewikkeld. Afspraken over de verkoop en het onderhoud staan al lang op papier, maar de regels zijn weer veranderd, krijgen we nu te horen. We zijn na jaren samenwerken dus nog volop in onderhandeling.

‘Veel ambtenaren snappen ons idee goed, maar anderen weer niet. Een gebouw op termijn verkopen aan een sociale onderneming kán volgens hen niet omdat ze dat al die jaren nog nooit hebben gedaan. Met een procesgerichte, in plaats van een resultaatgerichte kijk weten ze niet hoe je iets moet aanpakken en vinden ze sociaal ondernemerschap maar raar. ‘Hoe ben je hier eigenlijk terechtgekomen?’ vragen ze dan, of ‘Hoe verdien je je geld?’. Dat wil ik juist laten zien: dat geld niet het belangrijkste is.

Hoe doe je dat nu financieel?

‘Ik verdien nu niets en leef met mijn gezin van het inkomen van mijn man. Zodra de exploitatie het toelaat, stuur ik wel een factuurtje naar MidWest, maar dat staat niet in verhouding tot de uren die ik eraan besteed. Ik ben hier fulltime mee bezig.’

‘We zijn een coöperatie met drie eigenaren. Dat zijn mijn compagnon, ik en Stichting MidWest, voor alle sociaalmaatschappelijke activiteiten. Als ondernemers zorgen we dat we niet afhankelijk zijn van subsidies. Als we het in de toekomst (zeg over 10 jaar) willen verkopen gaat het grootste deel van de opbrengst naar de gemeente. Alleen met een enorme waardestijging krijgen Nathalie en ik dan alsnog een deel van onze uren vergoed.’

Zijn projecten als de MidWest de toekomst?

‘Vastgoed kan veel betekenen voor de terugtrekkende overheid of de participatiesamenleving, want het mes snijdt aan twee kanten. Overal in Nederland staan kantoren, verzorgingstehuizen, scholen of andere gebouwen leeg en komt het achterstallig onderhoud voor rekening van de overheid. Als ondernemers daar over een langere termijn (minimaal 2 jaar) gebruik van kunnen maken, gaan zij zelf ook investeren. De buurt én de ondernemer kunnen er dus iets mee.’

Groenink loopt weer naar de oude schoolpleinpoort en stelt zich onderweg voor aan een student uit de buurt die een waterput graaft. Hij specialiseert zich in sociaal milieuontwerp en doet dit er daarom bij, vertelt hij. ‘Perfect toch?’, concludeert Groenink en loopt de tuin uit met haar puppie achter zich aan. ‘Kom Mies!’