maandag 2 juni 2014 / Trouw /

Duurzaamheid

Kaapverdië heeft de wind mee

Welk land loopt voorop in windenergie? Een Afrikaanse eilandengroep die je maar nauwelijks op de kaart terugvindt: Kaapverdië. Al zijn er nog wel problemen met diefstal en wanbetaling.

 

SANTA ANTÃO - Nu nog is Spanje koploper met een aandeel van 20,9 procent windenergie in 2013. Maar op de vier hoofdeilanden van Kaapverdië lag het aandeel windenergie vorig jaar al enkele procentpunten hoger. Samen met zonnepanelen leveren ze al bijna een kwart van de elektriciteit. Voor 2020 mikt de Kaapverdische overheid zelfs op 50 procent groene stroom.

Kaapverdië is klein; er wonen hooguit een half miljoen mensen en het grootste eiland beslaat misschien twee keer Texel. De eilandengroep doet die vergroening ook niet alleen, ze krijgt hulp uit Europa. Nederlandse, Duitse en Spaanse bedrijven bouwen in de verste uithoeken duurzame energiecentrales, vaak met tonnen subsidies voor duurzame ontwikkeling.

Tussen 2006 en 2013 besteedde de EU 420 miljoen euro aan moderne energievoorzieningen in Afrikaanse, Caribische en Pacifische (ACP) landen. De samenwerking dateert al van het ontstaan van de (toen nog) Europese Gemeenschap. Ze is bedoeld om de economie in die landen vooruit te helpen, maar moet ook mensenrechten en democratie bevorderen. Kaapverdië is een van deze ACP landen en krijgt specifiek geld voor moderne energievoorzieningen, omdat op het platteland soms slechts 10 procent van de bevolking toegang heeft tot elektriciteit.

De onherbergzame Kaapverdische eilanden, met volop wind en zon, zijn een dankbare proeftuin. "Ik moest steeds heel dure gasflessen kopen voor mijn ijskast", vertelt Rosa Delgado (53) in haar winkeltje in Monte Trigo op het eiland Santo Antão. "Elektriciteit was er in ons dorp namelijk maar zes uur per dag." Tot in 2012 honderden zonnepanelen op het dak van de school werden geplaatst. Sindsdien zijn de tweehonderd huizen van Monte Trigo, te afgelegen voor een aansluiting op het centrale netwerk van het eiland, dag en nacht voorzien van zonnestroom.

Delgado kocht een elektrische ijskast en ook haar buren kunnen nu eindelijk etensrestjes bewaren en 's avonds tv-kijken. De hele dag schalt er bovendien vrolijke muziek over het centrale plein, een voetbalveld. Van de zonnestroom die in de middag overblijft, wordt ijs gemaakt om de vis goed te houden, de grootste inkomstenbron van het dorp.

De 1,6 miljoen euro aan kosten voor het project zijn voor driekwart betaald met het Europese geld voor energievoorzieningen. Van datzelfde bedrag wordt buurdorp Tarrafal, een half uurtje varen verderop, aangesloten op het centrale netwerk. Vissers moeten hun vangst nu nog zouten en drogen in de zon, maar binnenkort hebben ook zij volop stroom. Uit hun stopcontacten komt dan windenergie, afkomstig van twee Nederlandse windmolens.

Buitenlandse investeerders zijn hard nodig om de beoogde 50 procent groene energie te halen, vertelt Antonio Baptista, directeur-generaal van het Kaapverdische ministerie van energie. Hij is al in gesprek met meerdere Nederlandse bedrijven. "Voor hen is Kaapverdië aantrekkelijk, omdat de prijzen voor elektriciteit hier hoog liggen", redeneert hij. "Met dezelfde technologische systemen verdient een stroomproducent veel meer in Kaapverdië dan in Europa."

Baptista maakte het de buitenlandse bedrijven alvast gemakkelijk door de energiepotentie van het hele land in kaart te brengen. De gunstigste gebieden zijn nu gereserveerd voor groene energiecentrales. Zo plaatste het Nederlands-Kaapverdische Electric Wind twee windmolens op de windrijkste plek van eiland Santo Antão. De struiken zijn er permanent krom gewaaid en geen medewerker loopt er in een rechte lijn naartoe.

"Met al die wind draaien de molens wel en is het financiële rekensommetje gunstig", vertelt Nederlandse mede-eigenaar Okko Kaan. "Maar er zitten ook risico's aan. Afnemer Electra loopt bijvoorbeeld zes maanden achter met betalingen." Van het ministerie van economische zaken kreeg Electric Wind een half miljoen subsidie om dit soort risico's op te vangen. Ook deze Nederlandse bijdrage heeft als doel het ontwikkelingsland te helpen met economische groei en werkgelegenheid. De twee molens pompen inmiddels een vijfde van de gebruikte elektriciteit in het plaatselijke netwerk en er staan twee nieuwe turbines op de planning.

Toch profiteren de Kaapverdiërs zelf nog nauwelijks. Delgado en haar buren zijn blij met dagelijks 24 uur stroom, maar misschien zouden ze nog wel beter af zijn met lagere stroomkosten. Nu betalen ze voor elektriciteit bijna twee keer zoveel als in Europa. Die hoge stroomprijzen in Kaapverdië waren tot nu begrijpelijk. Het land moet het doen met kleine en dure generatoren. Deze worden gevoed met diesel waarvan de prijs al jaren stijgt. Bovendien kost het tijd en geld om de brandstof steeds te vervoeren naar alle afzonderlijke eilanden.


De distributie van elektriciteit is in handen van Electra, de enige aanbieder in Kaapverdië. Het is een staatsbedrijf met een reputatie als dat van de NS in Nederland; iedereen klaagt, maar niemand heeft iets anders te kiezen. Met de overstap op groene stroom neemt de kritiek op Electra toe. Als Kaapverdië al voor 25 procent draait op wind en zon, vraagt men zich af, waarom dalen de rekeningen voor de bewoners dan niet? Dure diesel en transport zijn dan immers steeds minder nodig.

De groene energieproducenten, die hun stroom aan Electra verkopen, bevestigen dat de kosten dalen. Het publiek-private bedrijf Cabeolica, met dertig windmolens op de vier hoofdeilanden, zegt een kwart minder voor groene electriciteit aan Electra te rekenen dan het staatsbedrijf kwijt zou zijn aan zelf opgewekte energie. Bij Electric Wind, het bedrijf achter de Nederlandse windmolens, is Electra zelfs nog goedkoper uit. Mede-directeur Daniel Graça: "Onze stroom is tot drie keer goedkoper dan de conventionele prijzen. Er moet bij Electra dus snel iets gebeuren om deze prijsdalingen door te berekenen aan de bewoners én de industrie."

Electra zelf wil niet reageren, maar Baptista en Graça weten waar de schoen wringt. Het staatsbedrijf kampt met een enorm stroomverlies. Voor bijna een derde van de elektriciteit wordt momenteel niet betaald. Dat nationale gemiddelde wordt vooral opgestuwd door hoofdeiland Santiago, met verliezen van 40 procent.

Volgens Baptista komt het allemaal juist door de hoge prijzen. "Veel mensen betalen hun rekeningen niet of tappen illegaal af", vertelt hij. "Dat zijn misgelopen inkomsten en het zorgt bovendien voor allerlei technische problemen." Om de wantoestanden te kop in te drukken houdt zijn ministerie Electra nu goed in de gaten en wordt het bedrijf gedecentraliseerd.

De overheid helpt ondertussen mee om diefstal tegen te gaan. Op de Kaapverdische televisie draait sinds kort een informatieve videoclip over energie. Op scholen worden stripboekjes uitgedeeld over elektriciteitsdiefstal. Ook gaan de boetes binnenkort omhoog. Dat was broodnodig, legt Baptista uit: "Als je nu een maand elektriciteit aftapt, is de boete minder hoog dan de elektriciteitsrekening die je anders had moeten betalen."

Dit artikel kwam tot stand mede dankzij het journalistiek trainingsprogramma Beyond Your World van LokaalMondiaal.

 

Foto's: Rosa Delgado toont trots haar nieuwe koelkast (links). Rechts: een windmolen op een van de windrijkste plekjes van Santo Antão

 

Gepubliceerd in Trouw

Foto's: Eva Roefs