zondag 15 maart 2015 / VM /

Duurzaamheid

Insecten voorschotelen


Marian Peters is innovatie-ondernemer en oprichter van de nieuwe brancheorganisatie Venik, want samenwerken is de toekomst.


Marian Peters vindt het niet erg om te worden uitgelachen. Dat komt goed uit nu ze de weg vrijmaakt voor insecten als voeding. Ze vertelt vanuit haar kantoor aan huis hoe innovatie werkt en wat de Verenigde Nederlandse InsectenKwekers (Venik) daarin betekent. “Samenwerken is de toekomst.”


Peters heeft out-of-the-boxdenken altijd leuk gevonden. Niet voor niets werkte ze als beleidsmedewerker bij de overheid op de afdeling Economie, Landbouw en Milieu aan innovatie. Daar hield ze zich bezig met vernieuwingen zoals biovergisters en campings op boerderijen. Maar dat was niet half zo spannend als waar ze in 2006 aan begon.


Ze kwam op het idee door een jager die in haar tuin op zoek was naar een vos en ondertussen vroeg waar zij zich mee bezig hield. Later belde hij op om te vertellen dat hij een insectenkweker was tegengekomen en een restaurant in de buurt dat al jaren insecten op het menu had staan. Was dat niet een echte innovatie voor de landbouw?


Geloofwaardig
Het idee beviel Peters wel, dus verdiepte ze zich in de wereld van insecten en startte ze het bedrijf New Generation Nutrition (NGN). “Ik ben veel uitgelachen. Tot ik ging samenwerken met een hoogleraar uit Wageningen die dit verhaal al jaren verkondigt.” Samen wisten ze de overheid te interesseren in een subsidie waarmee NGN, een aantal insectenkwekers en een poelier, de eerste potten in de schappen van de Sligro zetten.


Maar voor verdere samenwerking met de overheid was

meer nodig. Daarom verenigden de insectenkwekers en Peters zich in 2008 in Venik. Van de zestien insectenkwekers uit Nederland zijn er inmiddels tien aangesloten. “Het zijn hobbyisten die vaak begonnen met insecten kweken om hun reptielen te voeren en nu ook verkopen aan speciaalzaken en dierenwinkels. Ik heb ze altijd beloofd om zelf niet te gaan kweken. NGN ontwikkelt wel producten met ‘insects inside’, zoals mueslirepen, bugnuggets en sinds kort ook insectenmeel als diervoer.”


Wereldwijde ambitie
Venik werd gesprekspartner van het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij en plaatste in 2010 zelfs insecten als enige nieuwe eiwitbron in het ‘Programma Innovatie in EiwitKetens’. Een grote stap, vindt Peters. “Wereldwijd is er nog niets gaande op dit gebied. Nederland loopt echt voorop. Het doel is om in 2020 een wereldwijde markt te creëren.”


Ouderwets polderen
Het succes dankt Venik volgens Peters vooral aan het ouderwetse polderen. “We hebben een traditie van samenwerken en staan zó bij elkaar op de stoep. Dat maakt het een stuk gemakkelijker dan in andere landen.” Toch zijn die voordelen nog niet tot iedereen doorgedrongen. De kwekers bespreken bij Venik bijvoorbeeld alleen nog randvoorwaarden met elkaar. In het delen van kweekgegevens zijn ze terughoudender.


Op termijn gaat dat volgens Peters veranderen. Samenwerken is immers de toekomst. “We gaan steeds meer toe naar kwaliteit, slim samenwerken en kennis opbouwen: de nieuwe vorm van werken. Niet meer alleen gericht op groter groeien, maar op collectiviteit.” Peters bruist al van de ideeën: “Waarom gaan we niet samen apparaten delen of gezamenlijk duurzaamheidsbeleid voeren? We kunnen ook samen inkopen, transport regelen en juridische diensten verlenen. Voor subsidies is samenwerken zelfs noodzakelijk. Sinds de crisis moeten bedrijven zelf de helft inbrengen.”


Elkaar helpen
Venik zelf kreeg hulp van alle kanten. Vanuit de universiteit van Wageningen en leveranciers, maar ook van bedrijven in de diervoeding en vuilnisverwerking. Alleen al het beschikbaar stellen van ruimten hielp veel. “Dat zijn simpele dingen, maar dan kun je wel bijeenkomsten organiseren.” Ook partijen als de stuurgroep Landbouw Innovatie Brabant en de provincie Noord-Brabant ondersteunen Venik. Zo leerde Peters dat het altijd slim is om elkaar op te zoeken en regionaal hulp te vragen. “Soms liggen daar veel meer mogelijkheden om te innoveren dan bij Rijksoverheid.”


Deuren openen
Innoveren bij Venik betekent ook flink morrelen aan de wet. Die loopt op het gebied van insecten nog hopeloos achter. Peters noemt een paar voorbeelden: “Insecten in de natuur eten vaak poep. Maar dat mag niet als ze gekweekt worden voor menselijke consumptie. Zelfs voor veevoer is het lastig. Scharrelkippen mogen bijvoorbeeld zelf wel levende insecten oppikken, maar levende insecten voeren mag weer niet. Dan moeten ze eerst gedood worden, in het bijzijn van een veearts. Maar er bestaat niet eens een dierenarts voor insecten!”


Hoe uitzonderlijk deze voorbeelden ook zijn, wetgeving speelt volgens Peters áltijd een rol bij vernieuwing van een sector. “Innovatie laat zich nu eenmaal niet aan banden leggen. Soms vormt de wet zelfs de basis van innovatie omdat mensen de grenzen opzoeken.” Venik opent samen met de overheid nu deuren voor de hele branche. Ook daar is Nederland heel geschikt voor, vindt Peters. Ze geeft de overheid graag een pluim voor het meedenken.


Een andere hobbel voor innovatie is acceptatie van de maatschappij, heel belangrijk in Peters sector. Venik probeert nu insecten kweken als vak in het onderwijs te krijgen. Peters: “De consumenten en ondernemers van de toekomst zitten nu in de schoolbanken.”


Verre horizon
Innovatie is volgens Peters: kijken naar wat er in de toekomst nodig is en geen ‘footprint’ achterlaten. Een brancheorganisatie kan daarbij helpen door mensen uit verschillende hoeken bij elkaar te brengen. “Denk aan kennisinstellingen, consumenten, maar ook aan leveranciers en technici. Kijk waar je staat en vraag je af of het echt duurzaam is wat je doet.” Venik had bijvoorbeeld een hoogleraar nodig om te bevestigen dat insecten als koelbloedige dieren geen uitstoot hebben.


Een verre horizon betekent ook dat je niet uit bent op snel geld verdienen. “Soms moet je je eigenbelang zelfs even opzij zetten voor een groter doel”, zegt Peters. “Maar uiteindelijk heb je daar zelf ook iets aan. Grote bedrijven zouden kleintjes een kans kunnen geven door in hen te investeren en zo innovatie van de grond te helpen. Zelf kan een beursgenoteerd bedrijf vaak niet beginnen aan een product met een ontwikkeltijd van meer dan twee jaar. ”


Tip
Een vereniging kan die samenwerking faciliteren of een roadmap maken voor externe investeerders, tipt Peters. Alle sectoren zouden er volgens haar goed aan doen om eens met een frisse blik naar hun positie te kijken. En naar de brancheorganisatie zelf. “Grote verenigingen zijn vaak log en bureaucratisch. Daar is veel innovatie mogelijk door goed te luisteren naar leden.”


Venik zelf zit momenteel in een gekke spagaat. De vereniging maakt de weg vrij voor insectenkwekers als voedingleveranciers, maar kan nog geen startsein geven. Peters: “Bijna elke dag klopt er wel iemand bij ons aan om te vragen hoe je insecten moet kweken. Dat is tricky. We willen nu nog geen nieuwe kwekers, maar straks zijn ze juist snoeihard nodig.”

 

Gepubliceerd in VM