donderdag 22 september 2016 / VM /

Duurzaamheid

If you can't beat it, eat it

VM verkent de rafelranden van de vereigingswereld. If you can't beat it, eat it! Lobby volgens de principes van de permacultuur.

 

Op een heuvel met uitzicht over de Mid-West van Amerika klappen 150 mensen hun meegebrachte stoeltjes uit in het gras. Een man met een strohoed en een rode baard opent de derde Permacultuur Convergentie van Wisconsin - 5,8 miljoen inwoners, drie keer zo groot als Nederland. Op een whiteboard staan de workshops van dit weekend verdeeld over de permacultuurpilaren Earth care, People care en Fair share. Republikeinen in het dorp aan de Mississippi, onderaan de heuvel, roddelen al dagen over de komst van deze wel heel progressieve voedselverbouwers.
Permacultuur komt van ‘permanente agricultuur’. In tegenstelling tot conventionele boeren, die natuurlijke bronnen zouden uitputten, bouwen permacultuurontwerpers systemen die grotendeels vanzelf blijven voortbestaan. Ze zaaien en verzamelen paddenstoelen, kruiden, noten en fruit. Niet op grote, geordende akkers, maar in een rommelig-ogende tuin of in het bos. Lange tijd waren ze daarin een uitzondering. Maar dankzij alle aandacht voor de opwarming van de aarde en biologisch voedsel uit de buurt groeien de ‘permies’ zo langzamerhand uit hun hippie-hoekje. Steeds meer mensen sluiten zich aan. Ze zoeken elkaar op in lokale ‘gildes’ waar ze bijvoorbeeld maandelijks een spreker uitnodigen, vaardigheden uitwisselen of video’s bekijken. Of ze komen naar jaarlijkse ‘convergenties’. Dat is ook in Amerika een niet- gangbare term en past daarom goed bij de beweging. De definitie: ‘Wanneer meerdere dingen samenkomen om een nieuw geheel te vormen’.

Verenigingen | Een overkoepelende organisatie voor de wereldwijde permacultuurbeweging bestaat niet. Via Facebook en zelf opgezette websites zoeken permies elkaar wel op en delen ze tips uit. Er bestaan nationale verenigingen voor permacultuur in Engeland en een grote in Zuid-Australië. Dit jaar sloot de Amerikaanse Permacultuur Vereniging van het Noord-Oosten (PAN) zich daarbij aan bij. De organisatie bestond al jaren als ‘instituut’ en doopte zichzelf deze zomer om tot ‘vereniging’.
Dat is alleen een naamsverandering, vertelt mede-oprichter Jono Neiger (50). Hij startte elf jaar geleden met een regionale convergentie, net zoals die in Wisconsin, en breidde de organisatie langzaam uit. Als officiële non-profit zamelt PAN bijvoorbeeld belastingvrij geld in om te doneren aan verwante permacultuur-projecten. Neiger en zijn collega’s werken momenteel hard aan een online database om mensen nóg beter de juiste cursus, stage, baan of demonstratieplek van permacultuur te helpen vinden.

Professionaliseren | Pas een jaar geleden startte PAN met een betaald ledenmodel, inmiddels telt de vereniging zo’n honderd leden. De volgende stap is het aannemen van de eerste betaalde medewerker. Tot nu toe helpt iedereen, inclusief Neiger zelf, vrijwillig mee. Inkomsten komen van de T-shirtverkoop op bijeenkomsten en individuele donaties - allebei niet uitzonderlijk in Amerika. Dit jaar hield PAN voor het eerst géén eigen convergentie en promootte in plaats daarvan de vele andere permacultuurevenementen die inmiddels in de regio worden gehouden. Neiger wil permacultuur verder professionaliseren via een belangrijk onderdeel van de beweging: educatie.

Kwaliteit zonder standaard | Nieuwe aanhangers volgen vaak een permacultuurontwerpcursus (pdc) waar geen vereisten voor bestaan. “Mensen die net een PDC gehaald hebben, kunnen er meteen zelf één geven, ook als ze de stof nog niet goed beheersen.”, zegt Neiger. “Maar veel mensen lijkt het beter om eerst twee jaar ervaring op te doen.” Neiger wil het liefst een soort standaard invoeren, maar dat is een kwestie van balanceren. “We willen creativiteit en enthousiasme niet temperen, maar wel kwaliteit garanderen.” PAN probeert een kwaliteitsgarantie daarom zo min mogelijk ‘top down’ op te zetten, met bijvoorbeeld een standaard waar mensen vrijwillig aan kunnen voldoen. Zelfs dat is lastig. Permies houden niet van standaardiseren. Op de convergentie in Wisconsin levert het woord ‘standaard’ vooral bezorgde gezichten op. Bijvoorbeeld bij Kate Heiber-Cobb (64), die achter een tafeltje tientallen boeken verkoopt over permacultuur, geïnspireerd of geschreven door de Australische jaren 70-grondleggers David Holmgren en Bill Mollisen. Heiber-Cobb is oprichter van een van de gildes in de streek, werkt als permacultuurinstructrice en sponsort de convergentie. Ze benadrukt dat de permacultuurbeweging organisch moet blijven groeien en volgens een van de permacultuur-principes: ‘respecteer diversiteit’. Organisator Drew Carlson, de organisator met strohoed en rode baard, knikt. Ook hij vreest dat een standaard de variatie en ontwikkeling belemmert. “Het ontwerp van een landschap hangt bijvoorbeeld helemaal af van de geografie. Dat verschilt dus per plek. Je moet bovendien altijd kunnen inspelen op nieuwe ontdekkingen.”

Potluck en carpool | Een andere belangrijke vrees van Carlson zijn de financiële lasten. “Het is belangrijk om goede leraren te hebben, maar ook om een lage drempel te behouden.” Een standaard zou de kosten kunnen opdrijven. Nu al zijn de cursussen niet geschikt voor arme mensen, een PDC kost al snel meer dan duizend euro voor een tiendaagse cursus. Deelnemers slapen in tenten om de kosten te beperken. Ook de convergentie in Wisconsin is zo opgezet. Workshopgevers krijgen alleen hun reiskosten vergoed en bezoekers betalen 75 tot 100 euro voor het weekend, inclusief twee nachten op de camping, drie maaltijden en twee keer een ‘potluck’ ontbijt, waarbij iedereen iets van zichzelf op tafel zet. Via een online carpoolpagina schreven mensen zich bij elkaar in voor de vaak urenlange rit naar de afgelegen heuvel.

Volgende generatie | De groep permies is bijna zonder uitzondering blank en overspant leeftijden van amper twintig tot ruim na het pensioen. Heiber-Cobb achter de boekentafel komt hier vooral om haar ‘batterij op te laden’. “Het is een grote vreugde om de permacultuur door te geven aan de volgende generatie en te zien hoe de beweging blijft veranderen.”
Twintigers en dertigers bladeren de boeken nieuwsgierig door. Sommigen hebben nog maar net van de term permacultuur gehoord. Anderen volgden al een permacultuurontwerpcursus op de universiteit of bij speciale permacultuurinstituten. Organisator Carlson: “Jongeren zijn hier vooral op zoek naar zichzelf, naar nieuwe vaardigheden en naar verbinding met gelijkgestemden. Permacultuur geeft een nieuwe kijk op de wereld.”

Bottom-up | In een zo los mogelijke sfeert komen de bezoekers bij elkaar voor workshops in de schuur of ze eten hun lunch in groepjes verspreid over het landgoed. Een doorgewinterde permacultuurbeoefenaar vertelt ruim een uur over de honderden verschillende eetbare planten in zijn stadse tuin. Twee jonge vrouwen demonstreren hoe ze thuis kruiden drogen en groenten fermenteren. Permacultuuraanhangers lijken zich soms wel voor te bereiden op het ergste: als de economie instort, hebben zij tenminste nog eten in hun kelder en achtertuin. Dat houden ze liever niet alleen voor zichzelf. Een veel besproken doel dit weekend is het verspreiden van hun denkwijze en vaardigheden, met name in de onderste lagen van de bevolking. In gepassioneerde groepsgesprekken vallen ze elkaar bij over de noodzaak om de huidige maatschappij om te gooien en de armen te emanciperen. Hoe dat precies georganiseerd moet worden, blijft vaak onbesproken. De permies geloven vooral in ‘bottom-up’. Pandora Thomas is een voorbeeld van iemand die dit wel concreet aanpakt. Zij startte een Black Permaculture Network en wil rechtvaardigheid voor het milieu verbinden met rechtvaardigheid voor de in Amerikaanse gevangenissen oververtegenwoordigde Afro-Amerikaanse bevolkingsgroep, door deze geditneerden een ‘weerbaarheidspad’ aan te bieden, waarmee ze hen voorafgaand aan hun vrijlating vier maanden lang leert over permacultuur ontwerp en sociaal ondernemerschap.


If you can't beat it, eat it | In een schuur met strobalen als zitplekken probeert jurist Chris Gutschenritter (33) de convergentiebezoekers op zijn manier te organiseren. Terwijl zijn eenjarige dochtertje om hem heen dartelt - “de ‘eyecandy’ van mijn presentatie” - geeft hij tips over juridische organisatievormen van boerderijen of moestuinen. In Amerika is het belangrijk om je goed te beschermen tegen buren of medewerkers die je kunnen aanklagen. Hij wil daarom weerbaarheid inbouwen in de ondernemingen van de permies en in het wet- en regelgeving, om permacultuur beter te ondersteunen. Gutschenritter verwijst naar de permacultuurwijsheid: ‘de oplossing is het probleem’. Meestal passen de permies dat toe door het opeten van plagen, zoals konijnen of onkruid: ‘if you can’t beat it, eat it’.
Gutschenritter wil het gebrek aan verbinding tussen de politiek en de natuur in het voordeel van de permies buigen. Hij moedigt iedereen aan om vergaderingen van gemeentes of schoolbesturen bij te wonen en burgerinitiatieven in te dienen. “Juist omdat je daar de enige stem bent, word je gehoord.” Hij vertelt hoe Amerikaanse burgers hun overheid via de ‘peak oil resolution’ succesvol vastpinden op de ambitie om initiatieven te stimuleren die het gebruik van fossiele brandstoffen tegengaan. Het regent vragen over waar te beginnen en verhalen over lokale regels en initiatieven. Gutschenritter sluit zijn powerpointpresentatie af met een Grieks gezegde: “Een samenleving groeit groot als oude mannen bomen zaaien waaronder ze nooit in de schaduw zullen zitten.”

Elkaar helpen | Het gemeenschapsgevoel leeft sterk in de permacultuurbeweging. Zowel PAN-oprichter Neiger en Carlson in Wisconsin zien het verbinden van mensen nog altijd als het belangrijkste doel van hun organisatie. Daar zijn convergenties de beste manier voor. Op de heuvel in Wisconsin vinden jongeren voor hen persoonlijk geschikte leraren of stageplekken en geven ouderen hun kennis door, zoals de bomen zaaiende Grieken. Het weekend eindigt in een kring. Om de beurt zegt elke deelnemer zijn naam en vertelt over zijn wensen en aanbiedingen. De ene deelnemer heeft teveel land om zelf te verzorgen, de andere zoekt juist land om op te experimenteren. Op een getekende kaart van Wisconsin zetten mensen hun naam en contactgegevens. Sommige aanbieders en vragers stappen meteen op elkaar af. Na een half uurtje gezamenlijk opruimen, staat alles weer op zijn plaats en rijdt iedereen weg met de eigen stoelen in de achterbak.

 

In Nederland en Vlaanderen is er de website permacultuurnetwerk.eu, Het Permacultuur Magazine, met een bijbehorende vereniging en de website clubgroen.nl.

 

De twaalf permacultuurprincipes

1. Observeer en handel ernaar
2. Vang energie en sla op
3. Zorg voor opbrengst
4. Gebruik zelfregulering en accepteer terugkoppeling
5. Gebruik en waardeer hernieuwbare grondstoffen en diensten
6. Produceer geen afval, maak kringlopen
7. Ontwerp van (natuurlijke) patronen naar details
8. Verenig eerder dan te scheiden
9. Gebruik kleine en trage oplossingen
10. Gebruik en waardeer diversiteit
11. Gebruik randen en waardeer het marginale
12. Antwoord gepast op veranderingen en maak er op een creatieve manier gebruik van


Dit artikel werd gepubliceerd in VM.